Het Openbaar Ministerie heeft besloten Tata Steel Nederland strafrechtelijk te vervolgen. Volgens het OM is er voldoende bewijs dat het staalbedrijf zich gedurende een langere periode schuldig heeft gemaakt aan opzettelijke milieuvervuiling en daarmee de gezondheid van omwonenden in gevaar heeft gebracht.

De strafzaak vloeit voort uit een uitgebreid onderzoek dat volgde op de aangifte die in 2021 door honderden omwonenden werd ingediend. Tijdens dat onderzoek zijn onder meer emissies, de staat van installaties en de naleving van milieuregels onder de loep genomen.
Gerechtvaardigd
Naast de beschuldiging van opzettelijke vervuiling verwijt het OM Tata Steel onder meer ‘het onvoldoende onderhouden van installaties, het uitvoeren van activiteiten zonder de vereiste vergunningen en het niet volledig melden van milieu-incidenten’. Op basis van de onderzoeksresultaten acht het OM een strafrechtelijke vervolging gerechtvaardigd.
Tata Steel laat weten ‘kennis te hebben genomen van het besluit’ en benadrukt dat ‘het de zorgen van de omgeving serieus neemt’. Het bedrijf wijst erop dat de afgelopen jaren verschillende maatregelen zijn genomen om de uitstoot terug te dringen en de productie verder te verduurzamen. Volgens Tata Steel zijn al aanzienlijke investeringen gedaan om de milieuprestaties van de fabriek te verbeteren.
Steunpakket op losse schroeven
De strafzaak valt samen met een cruciale fase in de gesprekken over de verduurzaming van Tata Steel. Het bedrijf en de Nederlandse overheid onderhandelen momenteel over een steunpakket dat kan oplopen tot 2 miljard euro. Beide partijen streven ernaar om in september een definitieve overeenkomst te sluiten, waarbij het niet duidelijk is of deze veroordeling daar verandering in brengt.
De eerste zitting in de strafzaak staat gepland voor later dit jaar. Daarnaast onderzoekt het OM nog of naast het bedrijf ook individuele leidinggevenden persoonlijk strafrechtelijk verantwoordelijk kunnen worden gehouden. Een eventuele veroordeling kan leiden tot forse sancties, waaronder geldboetes en aanvullende maatregelen. Daarmee zou de zaak een belangrijk precedent kunnen vormen voor de handhaving van milieuwetgeving in de Nederlandse industrie.












