De kalendergecorrigeerde productie van de Nederlandse industrie lag in juni 4,6 procent hoger dan in juni 2025, maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend. In mei was de stijging 6,8 procent. In bijna de helft van de onderliggende branches groeide de productie in juni. Ten opzichte van mei daalde de productie van de industrie in juni met 1,3 procent.

Bijna de helft van alle bedrijfsklassen in de industrie produceerde in juni meer dan in dezelfde maand een jaar eerder. Van de acht grootste branches realiseerde de machine-industrie opnieuw de grootste productiestijging, terwijl de reparatie en installatie van machines de grootste daling noteerde.
Productie daalt ten opzichte van mei
Voor het bepalen van de kortetermijnontwikkeling van de productie kan het beste worden gekeken naar voor seizoen- en kalendereffecten gecorrigeerde cijfers. Van mei op juni daalde de productie met 1,3 procent.
De voor seizoen- en kalendereffecten gecorrigeerde productie fluctueert doorgaans aanzienlijk. Dalingen en stijgingen volgen elkaar snel op. In mei 2020 bereikte de productie van de industrie een dieptepunt. Daarna werd een stijgende lijn ingezet tot mei 2022, waarna de trend omsloeg. Ondanks de daling in juni, lijkt zich in 2026 een stijgende trend af te tekenen.
Vertrouwen producenten stijgt in juli
Producenten waren in juli positiever dan in juni. Het producentenvertrouwen industrie ging van 1,3 in juni naar 2,4 in juli. Dat is het hoogste niveau in vier jaar. Producenten waren in juli vooral minder negatief over de orderportefeuille.
Het producentenvertrouwen lag in juli boven het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar van -1,4. Het vertrouwen bereikte in oktober 2021 de hoogste waarde (10,5). In april 2020 werd de laagste waarde (-31,5) genoteerd.
In iets meer dan de helft van branches nam het vertrouwen van producenten echter af. Producenten in de elektrotechnische- en machine-industrie waren het meest positief (15,6).












