Inkopen in NL: graag, maar maakbedrijven zijn te druk

Reshoring mag dan wel een trending topic zijn, in de realiteit valt de hoeveelheid productie die terug naar Nederland wordt gehaald uit lage lonen landen tot nog toe erg mee. En dat ligt voor een deel aan de maakbedrijven zelf, bleek tijdens het Metaalunie Ondernemersdebat over ketenverstoring tijdens De Nederlandse Metaal Dagen.

Inkopen in NL: graag, maar maakbedrijven zijn te druk
Koninklijke Metaalunie en Teqnow organiseerden tijdens De Nederlandse Metaaldagen een ondernemersdebat, waarin de verstoorde toeleveringsketens centraal stonden. Op de foto de panelleden, van links naar rechts André Ransdorp (Rioned), John in ’t Groen (FMI) en Paul Wouters (Tech2B). Rechts discussieleider Rolf Elling. (Foto: Franc Coenen)

Inkopers zoeken weer lokale toeleveranciers, nu ze tijdens de coronapandemie hebben gemerkt hoe kwetsbaar ze zijn als toeleveranciers in verre landen zitten. Verstoorde toeleveringsketens zetten OEM’ers aan om hun inkoopstrategieën te heroverwegen, lees je vaak. Offshoring door werk terug te halen uit lage lonen landen; nearshoring door nieuwe projecten regionaal uit te besteden. Dat zou het nieuwe normaal moeten worden. Dit valt in de praktijk wel mee, aldus de ondernemers in het Metaalunie debat. De kostprijs is nog steeds een belangrijke factor voor de inkopers van Rioned, aldus André Ransdorp, inkoopmanager bij het Tilburgse bedrijf. ‘We willen graag productie terughalen uit India en Oost-Europa. Als de Nederlandse maakindustrie erin slaagt om dat prijsniveau te benaderen, dan kopen we liever in de regio in.’

Een onderzoek dat Rioned twee jaar geleden heeft gedaan, toont nog steeds prijsverschillen tot dertig procent tussen de kostprijs van lassamenstellingen uit Hongarije en Nederland. Bovendien waakt hij ervoor om op basis van de crisis het roer plots om te gooien. ‘Op lange termijn zal de situatie niet blijven zoals nu.’

Concurreren met China?

Maar de Nederlandse maakbedrijven beweren toch altijd dat ze dankzij automatisering kunnen concurreren met lage lonen landen, zo wierp discussieleider Rolf Elling (hoofdredacteur Vraag en Aanbod) tegen. André Ransdorp weet dat de Nederlandse maakindustrie erg sterk is. ‘Maar als er veel toegevoegde waarde in een product zit en het volume klein is, dan zijn ze niet geïnteresseerd of onvoldoende geautomatiseerd. Dan dwing je ons naar Hongarije te gaan.’ Hierbij speelt mee dat veel kleinere maakbedrijven geen idee hebben hoe ze klanten moeten benaderen, zo bracht John in ’t Groen, Business Development Manager bij FMI, in. ‘Ze zijn niet bezig zich te profileren in de markt. Ze gaan er nog steeds vanuit dat de klant hen vindt en niet andersom. Dat moet echt verbeteren.’ Dit is een punt dat ook de andere leden van het panel onderschrijven. Er wordt onvoldoende samengewerkt; bedrijven weten niet eens van elkaar wat de ander doet. Overigens is FMI met klanten wel bezig te onderzoeken hoe ze meer werk regionaal kunnen gaan maken, bijvoorbeeld voor gietdelen. ‘We willen risico spreiden door deels zelf onderdelen te maken en deels in de omgeving te laten maken.’

Maakbedrijven zijn weer druk

Paul Wouters, mede-oprichter van het maakplatform Tech2B, ziet aan de hand van de gebruikers dat de maakbedrijven het inmiddels weer druk hebben met de orders. En dat dwingt inkoper naar het buitenland uit te wijken. Toeleveranciers zitten in een luxe positie vanwege de krapte in de huidige markt. ‘Zolang toeleveranciers zo druk zijn en niet verder kijken dan een half jaar, wordt het lastig en gaan inkopers naar het buitenland’, aldus Paul Wouters, die ondertussen zo’n 1000 actieve gebruikers op Tech2B heeft, waarvan 150 inkopers. Ook André Ransdorp merkt dat toeleveranciers vooral bezig zijn met hun orders door de fabriek te krijgen. Kijken hoe ze productiecapaciteit op termijn kunnen vrij maken voor een klant die langdurig wil inkopen, gebeurt veel te weinig.

Meer ketensamenwerking

Hoe kun je deze impasse doorbreken? Door meer samen te werken en dat te doen waar je goed in bent, oppert John in ’t Groen. ‘Dan gaat de prijs omlaag en de productiviteit omhoog en ben je altijd concurrerend.’ Paul Wouters zoekt het vooral in het transparant maken van de beschikbare capaciteit, iets waar een platform als Tech2B een goed middel voor is. En met de digitalisering kan dat. Maar bedrijven zijn daar huiverig voor. Hier ligt dus wel een uitdaging. Door in de keten meer samen te werken kunnen we concurrerender worden, meent André Ransdorp. Maar ketensamenwerking is lastig. Bedrijven blijven prioriteit geven aan hun eigen “toko”. Hij wil graag werk voor een half miljoen euro dat nu buiten Nederland wordt ingekocht, terughalen. Maar als een voorzichtige kennismaking met een nieuwe Nederlandse toeleverancier al in de eerste fase strandt, kom je niet tot de volgende stap.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reacties (3)

  1. Het is een gotspe dat dit onderwerp steeds opnieuw ter tafel komt. Over het algemeen(een enkele daargelaten) kijken de Nederlandse bedrijven niet verder dan hun neus lang is. Iedereen is bang dat samenwerking op dit vlak op de langere termijn orders kost omdat iemand anders er met de buit vandoor gaat. Vrijwel ieder bedrijf heeft iets waar juist zij goed in zijn; maak daar gebruik van en……doe iets !! Je zult er op de langere duur geen spijt van krijgen. Ga uit van je eigen kracht !!

  2. Ook nu moet ik helaas weer lezen,, dat succesvol zijn in business erg vaak wordt toegewezen aan vakinhoudelijke zaken.
    Levertijden, technologie, prijzen, dat soort zaken.

    Nergens gaat het over de persoonlijke relatie tussen koper en verkoper en hoe sterk deze bestand is tegen wisselende elementen van buitenaf.
    Dat er bij loyaliteit éérst gepraat en overlegd wordt alvorens men zich elders oriënteert.

    Jammer, want geloof mij als ik zeg dat daar meestal de sleutel ligt naar meer succes.
    80 % van verkopers en inkopers hebben dit nog steeds niet door.
    Anders zou wij van SiS Training de vraag niet aan kunnen als het wel zo is.

    Onze ex cursisten weten daarna wel beter.

  3. Beste Bart Sterk,

    Trek geen voorbarige conclusies. Wij hebben met diverse nederlandse maakbedrijven, juist om de relatie, van 1996 tot en met 2015 structureel samengewerkt. Juist vanwege relatie. Juist vanwege het MADE IN HOLLAND. Maar aandeelhouders leggen doelstellingen neer. En ze hebben daar een punt. De kracht voor de nederlandse maakindustrie is om de aansluiting te vinden met een efficient productie aanbod. Je kunt niet alles ophangen aan de onderlinge relatie als een bedrijf andere keuzes gaat maken op dit vlak. Ook de inkoper dient verantwoording af te leggen aan zijn baas over zijn keuzes. Het bedrijfsbelang is gediend met de juiste lange termijn relatie op het gebied van Total Cost of Ownership. En de discussie waarover geschreven is duurde ca 45 minuten maximaal. Onvoldoende lang om alle voors en tegens te bespreken, voldoende lang om kernachtig iets aan te kaarten wat er speelt. Nogmaals, het is door het respecteren van de lange relaties dat het zo lang heeft geduurd voordat we strategisch andere keuzes MOESTEN maken.