Na twee magere investeringsjaren vertoont de Duitse werktuigmachine-industrie de eerste tekenen van stabilisatie. Volgens cijfers van de German Machine Tool Builders Association (VDW) lag het aantal orders voor 2025 nog wel licht onder het niveau van het jaar ervoor.

De verschuiving in de mondiale machtsverhoudingen binnen de werktuigmachine-industrie zet door, wat vooral te maken heeft met de snelle uitbreiding van de Chinese industrie. De productie bereikte daar vorig jaar een nieuw recordniveau van circa 30 miljard euro. Dit zorgde ervoor dat het zijn dominantie in de wereldwijde machinebouw verder verstevigde.
Duitsland haalde de grens van 10 miljard euro aan productievolume wederom net niet. Met 9,4 miljard euro lag de productie net boven het niveau van de pandemiejaren 2020 en 2021.
China, Duitsland en Japan zijn samen goed voor het leeuwendeel van de mondiale productie. 37 procent is daarbij voor rekening van China, 12 procent van Duitsland en 10 procent van Japan. Daarna volgen de Verenigde Staten en Italië met respectievelijk 9 en 7 procent.
Internationale verschuivingen
Ook in de internationale handel zijn duidelijke verschuivingen zichtbaar. China heeft Duitsland daarbij voor het eerst ingehaald en is nu de grootste exporteur ter wereld geworden. Terwijl Duitse fabrikanten 10 procent minder machines naar het buitenland leverden en een exportvolume van 7 miljard euro noteerden, verhoogden Chinese aanbieders hun export met 13 procent en bereikten zij een nieuw record van 8,6 miljard euro.
De experts van de VDW verwachten in de tweede helft van het jaar een opleving. Het zijn echter niet de klassieke automobiel- of machinebouwindustrieën die de groei aanjagen. De werktuigmachine-industrie profiteert momenteel veel sterker van de elektronica- en halfgeleiderindustrie, evenals van hun waardeketens. ‘Dit is toe te schrijven aan de snelle groei van digitalisering, de AI-boom en de wereldwijde uitbreiding van datacenters’, verklaart dr. Markus Heering, directeur van de VDW.







