Veertig jaar meekijken in de maakindustrie – PKM’er Aad Braal blikt terug  

Foto van: De redactie
Geschreven door De redactie

Na 43 jaar werken in de maakindustrie, waarvan bijna vier decennia bij PKM, neemt Aad Braal afscheid. Met hem kijken we terug naar hoe de sector is veranderd. Soms razendsnel, soms verrassend weinig. 

Aad Braal omringd door zijn familie. Foto: Kasper Weigand

‘De eerste vraag die ik bij een bedrijf kreeg’, herinnert Braal zich, ‘was of het zinvol zou zijn om een fax aan te schaffen.’ Het was 1987. Aad Braal was 29, technisch opgeleid werktuigbouwer, en volgens sommigen eigenlijk te jong om mkb-ondernemers in de metaal te adviseren. Hij startte toch en bleef.  

Techniek, organisatie en meer 

In de decennia die volgden, zag Braal de maakindustrie ingrijpend veranderen. Van conventionele machines naar NC en CNC, van ponsbanden naar geïntegreerde besturingen, van losse werkplekken naar complete geautomatiseerde processen. ‘Wat minstens zo hard meeveranderde was alles rondom die machines. Logistiek, informatievoorziening, ERP-systemen, meet- en sensortechniek, het werd steeds meer één geheel.’ Dat gold ook voor kantoor en organisatie. Die ontwikkeling zag hij bij honderden bedrijven. ‘Ik heb bij meer dan 350 bedrijven binnen mogen kijken hoe het er echt aan toegaat’, vertelt hij.  

Professionalisering van de sector 

Parallel aan de technologische vooruitgang professionaliseerde ook de sector zelf. Wetgeving, Arbo, veiligheid, kwaliteitsnormen. Zaken die in de jaren tachtig nauwelijks bestonden, werden stap voor stap gemeengoed. ISO 9001, VCA, CE-markering: ze werden niet altijd met gejuich ontvangen, maar droegen wel bij aan het niveau waarop de Nederlandse maakindustrie nu opereert. Aan de andere kant zijn belangrijke thema’s van vroeger nog steeds actueel. ‘Als je nu leest dat we bij cao-onderhandelingen inzetten op productiviteit en inzetbaarheid dan denk ik soms, dat stond in 1958 ook al in een persbericht van PKM’, zegt Braal. De context verandert, de kernvragen blijven. 

PKM 

PKM groeide mee. Ooit ontstaan met Marshallhulp als Productiviteitscentrum Metaalnijverheid, later uitgegroeid tot zelfstandig advies- en kennisinstituut, nauw verbonden met Metaalunie, OOM en brancheorganisaties. ‘De rode draad was altijd dezelfde. Hoe help je bedrijven beter organiseren, zodat ze kunnen presteren.’ 

Groei heeft fases  

Een terugkerend patroon dat Braal zag bij mkb-bedrijven was dat groei zelden lineair verloopt. ‘Veel bedrijven blijven hangen rond tien medewerkers. Daarna rond de 25, soms rond de 50 en groter. Elke stap vraagt iets anders van de organisatie.’ Nieuwe structuren, andere aansturing, meer overleg, en vaak nieuwe problemen. ‘Ondernemen is geen strak strategisch spel. Het is doen, bijsturen en soms gewoon volhouden.’ Dat geldt ook voor personeelsvraagstukken. Het tekort aan vakmensen is volgens Braal geen nieuw fenomeen. ‘Dat is er eigenlijk altijd geweest.’ Wat wél veranderde, is het imago van de sector. Van ‘vieze handen’ naar hightech, professioneel en steeds schoner. Opleiding, leercultuur en leiderschap kregen meer aandacht. 

Globalisering en realiteit 

Ook discussies over globalisering en China zijn volgens Braal minder nieuw dan ze lijken. Toen hij in 2006 directeur werd van PKM, verscheen zijn eerste artikel in Vraag & Aanbod onder de kop Wat nou China?. ‘Daar ben ik nog vaak op aangesproken’, lacht hij. De kern van zijn betoog toen en nu is dat arbeid een steeds kleinere factor is in de kostprijs. Automatisering, kwaliteit, slimmer werken en ketenbeheersing wegen juist zwaarder. ‘En dan wil je korte lijnen, grip op kwaliteit en betrouwbare toeleveranciers.’ Corona en geopolitieke spanningen hebben dat besef alleen maar versterkt. 

Positief, maar realistisch 

Zorgen heeft hij ook. Over arbeidskrapte (maar ook in management- en ondersteunende functies), conjunctuurgevoeligheid, geopolitiek (en de consequenties voor materialen en energie). Maar doemdenken past hem niet. ‘We moeten elkaar niet de put in praten. De maakindustrie heeft veel te bieden. En ondernemers in het mkb zijn creatieve doeners.’ 

De menskant 

Hoewel technisch geschoold, raakte Braal steeds meer gefascineerd door de menskant van organisaties. Hij studeerde bedrijfskunde, gaf trainingen in leiderschap, communicatie en functioneringsgesprekken, en sprak met ondernemers over werkgeluk, lang voordat dat het een modewoord werd. ‘Techniek laat ik graag aan de techneuten’, zegt hij. ‘Maar hoe mensen werken en samenwerken, hoe leiding wordt gegeven, hoe werk wordt beleefd, dat bepaalt uiteindelijk of een bedrijf vooruitkomt.’ Die overtuiging kwam ook terug tijdens zijn drukke afscheidsreceptie, waar psycholoog Dr. Kilian Wawoe sprak over werkgeluk. ‘Ik heb zelf altijd met plezier gewerkt. Dan is het logisch om daar ook bij stil te staan’, vindt Braal. 

Stap terug 

Na 43 jaar werken zet Braal nu een stap terug. Hij houdt nog een paar adviestrajecten en blijft beperkt actief bij PKM. Daarnaast heeft hij meer tijd voor zijn gezin en rust. ‘Voor alles is een bestemde tijd’, zegt hij. ‘En dit voelt goed.’ Wat blijft, is een sector die hij met overtuiging blijft volgen. ‘We hebben in Nederland een prachtige maakindustrie. Dat mogen we best blijven zeggen.’

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *