De Europese staalindustrie kan niet volledig verduurzamen tegen 2033 als er niet snel voldoende betaalbare schone elektriciteit en waterstof beschikbaar komen. Dat stelt de Europese staalvereniging Eurofer in een reactie op het voorstel van de Europese Commissie om het Europese emissiehandelssysteem te herzien.

Volgens Eurofer verwacht de Commissie dat de staalsector tegen eind 2033 vrijwel zonder gratis emissierechten kan opereren. De brancheorganisatie vindt die verwachting echter niet realistisch ‘zolang essentiële randvoorwaarden nog ontbreken’.
Fantasie
De Europese commissie heeft een voorstel ingedient om de afbout van gratis emissierechten (ETS) af te bouwen. Volgens EUROFER neemt dit de onzekerheid niet weg. De organisatie wijst erop dat de afbouw rond 2029 en 2030 grotendeels gelijk blijft en dat nieuwe benchmarkregels vanaf 2031 kunnen leiden tot minder bescherming tegen koolstoflekkage en minder stimulansen voor bedrijven die vroeg investeren in verduurzaming. Daarnaast ontbreekt nog altijd een structurele oplossing voor de exportpositie van Europese staalproducenten onder het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM), aldus Eurofer.
Directeur-generaal Axel Eggert benadrukt dat de Europese staalindustrie al fors investeert in de energietransitie. Rond 2032 moet ongeveer 35 procent van de conventionele staalproductiecapaciteit zijn vervangen door installaties die geschikt zijn voor productie met waterstof. Volgens hem is het echter ‘een fantasie’ te denken dat de sector in 2033 volledig kan zijn overgestapt zonder dat de EU eerst zorgt voor voldoende betaalbare schone elektriciteit en waterstof. Gebeurt dat niet, dan dreigt Europa volgens EUROFER een deel van zijn staalindustrie te verliezen in plaats van deze te verduurzamen.


