Column Paul Verlinden: ‘Machinebouw- en onderdelen, topsector met hoofdletters’

Het CBS rekende onlangs uit dat, als het gaat om de toegevoegde waarde van exportproducten, Nederland het meest verdient meest aan de export van machines en machineonderdelen. Op de tweede plaats staan metaalproducten. Als je daarbij optelt dat de export voor een grootste deel op het conto van het mkb zou je kunnen spreken van een gouden combinatie. Wel eentje die vraagt om blijvend in te investeren. Aan de top blijven vergt minstens zoveel inspanningen als om er te komen.

Paul Verlinden is beleidssecretaris Internationaal Ondernemen bij Koninklijke Metaalunie. Maandelijks verzorgt hij een column voor Vraag en Aanbod over internationaal ondernemen.

Gelukkig ligt er nog steeds een hoop onbenut exportpotentieel in onze sector dus we kunnen blijven groeien. De overheid zou daar een goeie steen aan bij kunnen dragen. Natuurlijk in het belang van de bv Nederland want onze economische groei is direct gekoppeld aan onze export. Maar de overheid heeft gekozen voor topsectorenbeleid waar de machinebouw – en onderdelen sector geen onderdeel van uit maakt.

Verreweg de meest internationale activiteiten zoals handelsmissies en internationale beursprogramma’s zijn specifiek bedoeld voor bedrijven die zich bezighouden met bijvoorbeeld digitalisering, water, creatieve industrie, chemie en logistiek. De topsector voor de High Tech bedrijven schuren dan nog het meest aan bij de machinebouw en onderdelen industrie, maar hebben de focus van hun beleid toch elders liggen. Dat de topsectoren volop ruimte krijgen voor ontwikkeling in het buitenland is goed, maar we vergeten en passant bijna dat machinebouw en onderdelen pas een echte topsector is. Een cadeautje dat we moeten uitpakken. Daarom moet in Den Haag aan de deur worden geklopt, hard geklopt, als het aan ons ligt!

Paul Verlinden,

Beleidssecretaris Internationaal Ondernemen bij Koninklijke Metaalunie

Reageren?
verlinden@metaalunie.nl