Reobijn benut zeldzame ruimte voor groei

Foto van: Kasper Weigand
Geschreven door Kasper Weigand

Na de overname door Paul Harkema staat Reobijn voor een nieuwe groeifase. De technisch spuitgieter beschikt over iets wat in de kunststofindustrie steeds schaarser wordt: uitbreidingsruimte, voldoende stroomcapaciteit en een machinepark dat steeds energiezuiniger wordt. Samen met zusterbedrijf Final Plastics kan Reobijn extra capaciteit bieden. Tegelijkertijd wordt er geïnvesteerd in hybride en elektrische machines die laten zien hoe belangrijk energieverbruik, processtabiliteit en reproduceerbaarheid zijn geworden.

Eigenaar Paul Harkema (links) en manager engineering Richard van Ringen. (Foto: Kasper Weigand)

Die constatering zegt veel over de fase waarin Reobijn zich bevindt. In augustus 2025 nam Harkema via zijn investeringsactiviteiten Reobijn en zusterbedrijf Final Plastics over. Daarmee kwam een periode van onzekerheid na het plotselinge overlijden van Jan Bernard Wolters ten einde. Wolters gaf sinds 1979 leiding aan Reobijn en bouwde het bedrijf uit tot een gevestigde naam in technisch spuitgieten. Hij liet niet alleen een machinepark en klantenbestand na, maar ook een toekomstplan: het naastgelegen pand werd gekocht, uitbreiding werd mogelijk gemaakt en de energievoorziening werd tijdig veiliggesteld.

Technische spuitgieter

Reobijn zelf gaat terug tot 1959. De naam is Nijboer achterstevoren. In de loop der jaren ontwikkelde het bedrijf zich tot een technische spuitgieter voor klanten die meer vragen dan standaardproductie. ‘Als iets moeilijk is, dan kan het hier goed worden gemaakt’, omschrijft Harkema. Dat is de rode draad bij Reobijn: het bedrijf wil niet concurreren op laagwaardige volumes, maar op maakbaarheid, betrouwbaarheid en technische kennis.

De nieuwe hal past in die strategie. ‘De nieuwe hal is geënt op grote machines. Hoge hal, grote kraan’, vertelt hij. Kleine machines kunnen er natuurlijk ook staan, maar de uitbreiding is vooral bedoeld om ruimte te scheppen voor grotere producten en zwaardere machines. Daarmee ontstaat lucht in een markt waarin groei vaak niet wordt begrensd door vraag, maar door vierkante meters, energieaansluiting, personeel en de beschikbaarheid van gekwalificeerde technici.

Energiegerelateerde installaties

Reobijn kiest daarbij scherp waar het wel en niet wil groeien. Automotive is nadrukkelijk geen doelmarkt. Ook laagwaardige tuinbouwtoepassingen, zoals potjes en trays met weinig marge, passen niet bij de koers. Groei wordt eerder gezocht in technische toepassingen, HVAC, warmtepompen, energiegerelateerde installaties en producten voor klanten die actief zijn in de energietransitie. Ook bestaande klanten zorgen voor uitbreiding. De markt is, ondanks geopolitieke onzekerheid en onrust op de grondstoffenmarkt, weer duidelijk in beweging, merkt Harkema.

Onder­delen voor industriële luchtbehandelings­installaties. (Foto: Kasper Weigand)

Een voorbeeld van de technische en duurzame richting is het project waarmee Reobijn eerder een Rethink Award won: met Fibertwist FTU werd samen met de klant en een materiaalleverancier gewerkt aan de inzet van recyclaat. Voor een wit onderdeel wordt 70 procent recyclaat gebruikt; voor andere onderdelen in de samenstelling zelfs 100 procent. Daarmee ging de footprint van het onderdeel fors omlaag. Het project leverde niet direct een enorme commerciële spin-off op, maar laat wel zien welke vragen in de markt leven en welke mogelijkheden er zijn.

​Strategische beslissing

Recyclaat is in die zin geen tijdelijke reactie op hoge olie- of grondstofprijzen. Voor technische onderdelen, die vaak twintig tot dertig jaar mee moeten gaan, is materiaalkeuze een strategische beslissing. De actuele marktsituatie kan de discussie versnellen, maar is niet de echte drijfveer. ‘Als ze het doen, dan moet het in de strategie passen’, zegt Harkema. Tegelijk groeit de vraag, mede door komende regelgeving en door klanten die nieuwe producten niet langer voor virgin materiaal willen ontwikkelen. Maar het kan nog sneller, vindt Harkema. ‘De kwaliteit van het recyclaat is goed. Machines kunnen het aan, matrijzen kunnen het aan.’

De technische breedte van Reobijn blijkt ook uit de materiaalkeuze. Het bedrijf verwerkt in principe alle kunststoffen, behalve PVC. ‘Onder meer ABS, polycarbonaat, PP in verschillende gradaties, glasgevuld en talkgevuld PP en nylon met glasvezel’, somt manager engineering Richard van Ringen op. Het gaat veelal om onderdelen die in eindassemblages terechtkomen: behuizingen, slakkenhuizen en technische componenten voor fabrikanten die hun eigen ontwerp en tekening in beheer willen houden.

Maakbaarheid

Juist daar zit een belangrijke meerwaarde. Reobijn produceert niet alleen, maar denkt mee over maakbaarheid. Ontwerpen worden in samenwerking met klanten en gereedschapmakers aangepast zodat ze reproduceerbaar en economisch spuitgietbaar worden. Een voorbeeld is een project waarbij een soort 3K-product op een 2K-machine werd gemaakt. Details blijven vertrouwelijk, omdat het product nog niet is geïntroduceerd, maar de boodschap is duidelijk: de technische grenzen worden opgezocht. ‘We zijn wel innovatief in de maakbaarheid van het product. Waarmee ook ontwerpers van klanten weer een stap verder kunnen gaan’, legt Harkema uit.

Lunchboxen. (Foto: Kasper Weigand)

Daarmee komt ook het machinepark nadrukkelijk in beeld. Reobijn werkt met een beperkt aantal merken. Sumitomo-Demag en Arburg vormen de vaste lijn; een derde merk komt er niet zomaar bij. Die keuze is praktisch en cultureel tegelijk. Operators, onderhouds­mensen en procestechnologen bouwen kennis op rond bepaalde machines. Wie te veel merken binnenhaalt, vergroot de complexiteit in bediening, onderhoud en procesbeheersing.

TKPM

Thiele & Kor Plastics Machinery (TKPM), leverancier van Sumitomo-Demag machines, is betrokken bij de technische ontwikkeling van het machinepark. De beweging naar servohydraulisch en elektrisch spuitgieten wordt niet alleen gedreven door energiekosten, maar ook door reproduceerbaarheid, geluidsniveau, nauwkeurigheid en werkcomfort. Elektrische machines zijn rustiger voor de operator en kunnen, afhankelijk van toepassing en cyclustijd, aanzienlijk bijdragen aan energieverlaging.

Richard van Ringen en Paul Harkema in gesprek met Jan Eiko Kor en Dennis Wielheesen van TKPM. (Foto: Kasper Weigand)

De nuance is belangrijk. Bij technische producten met langere koeltijden is de besparing anders dan bij korte cycli in packaging. Servohydrauliek heeft bij Reobijn al een belangrijke stap gezet: de hydraulische aandrijving wordt zo lang mogelijk stilgezet en gebruikt geen energie wanneer er geen beweging nodig is. Elektrisch kan daar nog een stap bovenop zetten. In de praktijk kunnen elektrische machines forse energiebesparingen opleveren. ‘Je kunt altijd nog wel tussen de 30 en de 75 procent besparing realiseren’, vertelt Jan Eiko Kor van TKPM, met daarbij de kanttekening dat de grootste winst niet alleen in energie zit, maar ook in procesoptimalisatie en cyclustijd.

Reproduceerbaarheid

Een tweede technisch argument is reproduceerbaarheid. Bij hydraulische machines verandert de olietemperatuur tijdens het opstarten, waardoor de machine moet worden ingeregeld. Elektrisch gedraagt zich constanter. ‘Het eerste shot is raak. Tot het laatste shot’, aldus Kor. Voor een technisch spuitgieter met wisselende series is dat relevant. Reobijn draait niet uitsluitend langlopende massaproductie; er zijn ook kleinere series en regelmatige omstellingen. Minder opstartverlies betekent minder afval, minder energieverlies en sneller naar een stabiel proces.

Horecadienbladen. (Foto: Kasper Weigand)

Toch gaat het niet alleen om de machine zelf. Bij de nieuwbouw in 2022 is ook nadrukkelijk naar koeling en energieverbruik gekeken. De overgang naar een nieuwe koelinstallatie zorgde voor een duidelijke daling van het energieverbruik. Vrijkoeling speelt daarin een rol: gedurende een groot deel van het jaar is buitenlucht koud genoeg om koeling te ondersteunen zonder zware koelcompressoren. ‘Het is niet alleen de machine. Het is ook de hele infrastructuur die je eromheen nodig hebt. Die moet je wel meenemen in je verhaal’, weet Van Ringen.

Automatisering

Automatisering krijgt bij Reobijn een vergelijkbaar pragmatisch karakter. De focus ligt op automatisering aan de machine: uitname uit de matrijs, reproduceerbaar afkoelen en processtabiliteit. Handmatig verpakken gebeurt nog veel, mede omdat het ook een vorm van kwaliteitscontrole is. Waar veel handarbeid of fysieke belasting ontstaat, wordt gekeken naar automatisering of mechanisering. Maar de grens is helder. Van Ringen: ‘De mensloze fabriek bestaat nog niet.’

Dat maakt personeel minstens zo belangrijk als machines. In de regio lijkt de beschikbaarheid van mensen nog redelijk, en lange dienstverbanden komen bij Reobijn veel voor. Tegelijk is kennisborging een uitdaging voor de hele sector. Technische kennis zit in mensen, in procesinstellingen, in matrijservaring en in de dagelijkse discipline op de werkvloer. Dat verklaart ook de zorg voor uitstraling en orde in de fabriek. Een nette hal met goede machines is niet alleen een visitekaartje voor klanten, maar stuurt ook gedrag. Wie investeert in goede infrastructuur, verwacht dat ermee wordt omgegaan alsof het ertoe doet.

Capaciteit

Samen met Final Plastics beschikt de groep over een forse capaciteit: circa 40 machines bij Reobijn, circa 30 bij Final Plastics en een gezamenlijke omvang van ongeveer 100 medewerkers. Die capaciteit maakt het mogelijk om pieken op te vangen en productie waar nodig tussen de bedrijven te verdelen.

De komende jaren moeten die mogelijkheden verder worden benut. Groei komt uit autonome uitbreiding, nieuwe projecten en mogelijk ook verdere overnames. De nieuwe hal moet stap voor stap gevuld worden. Maar het onderscheidende zit niet alleen in groter worden. Reobijn heeft een uitgangspositie die in de huidige markt zeldzaam is: ruimte om te bouwen, stroom om te produceren, machines om energiezuiniger te werken en technische kennis om klanten al in de ontwerpfase verder te helpen.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *