Staaljournaal: terughoudende vraag en stijgende prijsniveaus

Foto van: De redactie
Geschreven door De redactie

April begint op de Europese staalmarkt in het verlengde van de afgelopen maanden. De vraag vanuit verwerkers en eindgebruikers blijft vooralsnog terughoudend, terwijl de prijsniveaus bij vrijwel alle vlakstaalproducten verder zijn opgelopen. Dat blijkt uit het nieuwe Staaljournaal van Noviostaal.

Foto: Niloy Tanvirul / Unsplash


Waar de markt begin april nog (net) onder de € 700 per ton noteerde voor warmgewalste coils in Noordwest- Europa en Italië, bewegen de aanbiedingen van staalfabrieken zich inmiddels veelal tussen € 730 en € 750 per ton. Door onderhandelingen worden transacties in de praktijk echter nog geregeld een fractie lager afgesloten. De verdere prijsstijging wordt vooralsnog vooral gedragen door de beperkte beschikbaarheid en oplopende kosten, en minder door een duidelijk aantrekkende vraag uit de markt. Servicecenters en verbruikers blijven redelijk voorzichtig inkopen en richten zich vooral op reeds geboekte orders.

Voorraadniveaus zijn op meerdere plekken nog gezond, waardoor er voor nu geen brede noodzaak bestaat om extra volumes op te bouwen. Toch blijven staalfabrieken hun prijsniveau stevig verdedigen. Een belangrijke factor hierbij is dat de orderboeken voor mei en deels juni zich verder hebben gevuld, waardoor enkele geïntegreerde fabrieken tijdelijk minder actief zijn op de spotmarkt. Daarbij blijft ook de markt voor koudgewalste coils en Sendzimir verzinkte coils op een relatief stevig niveau, wat staalfabrieken extra ruimte geeft om hun prijsniveau vast te houden. Levertijden lopen inmiddels door richting juni en juli, wat dit verder ondersteunt.

Hogere prijsniveaus in alle segmenten

Niet alleen warmgewalste coils, ook andere vlakstaalproducten zijn de afgelopen periode verder in prijs gestegen. Sendzimir verzinkte coils noteren inmiddels rond € 810 per ton af fabriek in zowel Italië als Noordwest-Europa. Ook bij kwarto platen blijft de opwaartse druk zichtbaar. Italiaanse plaatproducenten sturen aan op verdere verhogingen, waarbij prijsniveaus inmiddels rond € 760 tot € 780 per ton af fabriek liggen, met richtprijzen richting € 800 per ton. Een belangrijke oorzaak hiervan zijn de hogere slabprijzen (halffabricaat staal waaruit onder meer platen en coils worden gewalst). Aanbiedingen uit Azië blijven daarbij op een relatief hoog niveau, terwijl het aanbod vanuit landen die normaal gesproken veel aan Europa leveren momenteel beperkter is.

Een steeds belangrijker fundament onder deze prijsvastheid is de veranderende importpositie van Europa. Waar import in voorgaande jaren vaak druk zette op de Europese staalprijzen, is dat effect momenteel veel kleiner. De invoering van CBAM werkt hierin steeds nadrukkelijk door. Voor het eerste kwartaal van 2026 heeft de Europese Commissie de certificaatprijs officieel vastgesteld op € 75,36 per ton CO2-equivalent. Daarmee is CBAM niet langer een theoretische kostenpost, maar een concreet rekenniveau voor importeurs.

Voor veel importstromen maakt dit ingevoerd materiaal structureel duurder dan Europees staal. In combinatie met oplopende ETS-kosten, afnemende gratis emissierechten en hogere vrachtkosten wordt de prijsafstand tussen import en Europees materiaal verder verkleind. In meerdere gevallen is import op basis van standaard emissiewaarden inmiddels economisch nauwelijks nog aantrekkelijk. Hierdoor blijft de vraag naar Aziatische en andere overzeese volumes beperkt, terwijl kopers zich vaker richten op Europees materiaal of beschikbare havenvoorraad.

CBAM en importbescherming versterken de markt

Daar komt bij dat Brussel de bescherming van de Europese staalmarkt verder aanscherpt. De discussie over de nieuwe handelsmaatregelen vanaf 1 juli 2026 blijft de markt sterk beïnvloeden. In de huidige voorstellen lopen heffingen buiten quota mogelijk op van 25% naar 50%. Daarnaast wordt gesproken over strengere regels rond het meenemen van ongebruikte kwartaalquota en het stapelen van antidumpingheffingen bovenop bestaande quotaheffingen. Ook mazen in de regelgeving, zoals bij import van betonstaal onder alternatieve productcodes, zijn inmiddels door Brussel gecorrigeerd.

Voor de markt betekent dit vooral één ding: de kans dat grote importvolumes vanaf de zomer opnieuw prijsdruk gaan veroorzaken, lijkt voorlopig beperkt, waardoor Europese staalfabrieken hun marktpositie verder kunnen verstevigen.
Opvallend is daarnaast dat staalproductiecapaciteit binnen Europa steeds nadrukkelijker als strategisch wordt gezien. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de steunmaatregel van de Roemeense overheid voor Liberty Galati, dat inmiddels de status van strategisch economisch belang heeft gekregen. Met deze stap wil de overheid cruciale industriële capaciteit en werkgelegenheid beschermen. De mogelijke gedeeltelijke herstart van deze fabriek, met een capaciteit van circa 3 miljoen ton warmgewalste coils per jaar, onderstreept dat leveringszekerheid en eigen Europese productie steeds belangrijker worden. Dit sluit naadloos aan bij de bredere Europese lijn van importbescherming, CBAM en verdere aanscherping van handelsmaatregelen.

Ook aan de kostenzijde blijft de markt ondersteuning houden. De schrootprijzen in de Benelux blijven vooralsnog redelijk stevig, ondanks een relatief zwakke vraag vanuit Turkije en andere exportmarkten. Dit beperkt de ruimte voor staalfabrieken om op korte termijn prijsverlagingen door te voeren. Daarnaast blijven de geopolitieke spanningen rond het Midden-Oosten, en met name de situatie rond de Straat van Hormuz, een belangrijke risicofactor voor energie- en transportkosten. Hogere olie- en gasprijzen vertalen zich immers direct in hogere productiekosten en vrachttarieven.

Eerste signalen van stabilisatie

Tegelijkertijd zijn er voorzichtig enkele positievere signalen vanuit de industriële vraagzijde waar te nemen. In Duitsland lieten de registraties van nieuwe personenauto’s in maart een duidelijke stijging van 16% zien, waarbij vooral elektrische en hybride modellen sterk bleven presteren. Ook de Duitse ruwstaalproductie laat voor het eerst in langere tijd twee opeenvolgende maanden van groei zien. Hoewel deze niveaus nog duidelijk onder het meerjarig gemiddelde liggen, ondersteunen ze het beeld dat de industriële activiteit voorzichtig stabiliseert.

Internationaal blijft het sentiment eveneens relatief stevig. In de Verenigde Staten is de bezettingsgraad van staalfabrieken weer boven 79% uitgekomen, terwijl ook in India de binnenlandse prijzen voor warmgewalste coils inmiddels voor de vierde maand op rij zijn gestegen. China laat weliswaar een lichte correctie zien in exportprijzen, maar deze niveaus blijven onvoldoende laag om opnieuw substantiële importdruk richting Europa te veroorzaken.

Daartegenover blijft de wereldwijde overcapaciteit een belangrijk structureel aandachtspunt. Recente ramingen laten zien dat de overtollige staalcapaciteit wereldwijd verder oploopt richting ca. 640 miljoen ton, met verdere groei verwacht richting 2028. Vooral India en Zuidoost Azië blijven nieuwe capaciteit toevoegen, terwijl Europa juist verder inzet op bescherming en verduurzaming van de bestaande productiebasis. Deze tegenstelling tussen wereldwijde overcapaciteit en een steeds sterker afgeschermde Europese markt verklaart mede waarom de prijsvorming binnen Europa momenteel losser lijkt te staan van de wereldmarkt dan in voorgaande jaren.

Voor de komende weken blijft de kernvraag of de huidige prijsniveaus houdbaar zijn, terwijl de vraag vanuit de markt nog altijd gematigd blijft. Onze verwachting is dat de Europese markt in mei overwegend stabiel tot licht positief blijft, mede door beperkte importmogelijkheden, stevige inputkosten en verdere beleidsmatige bescherming vanuit Brussel. Voor juni blijft een lichte correctie mogelijk, maar gezien de huidige combinatie van CBAM, quota-onzekerheid, schrootprijzen en langere levertijden lijkt een scherpere terugval op korte termijn minder waarschijnlijk dan enkele maanden geleden.

ArcelorMittal

In Fos-sur-Mer zet de staalproducent in op verdere capaciteitsversterking in Europa. Naast hoogoven 1, die naar verwachting in juni weer opstart na modernisering, wordt ook gekeken naar de herstart van een tweede hoogoven. Dit is mede afhankelijk van de verdere invoering van Europese beschermingsmaatregelen, waaronder CBAM en importquota.

De keuze voor inzet van beide ovens wijst op een positiever marktsentiment dan eerder voorzien, toen nog werd uitgegaan van productie op één hoogoven. Ook op andere locaties in Europa, waaronder Polen, wordt gekeken naar uitbreiding van de capaciteit.

In Luxemburg is daarnaast een akkoord gesloten over investeringen van € 290 tot € 334,5 miljoen in de periode 2026 tot en met 2029. Deze middelen zijn bedoeld voor modernisering en onderhoud van de productielocaties, al gaat dit gepaard met een reductie van ca. 300 banen.

Acciaierie d’Italia (ADI)

De toekomst van het noodlijdende Acciaierie d’Italia kan eind deze maand duidelijker worden, nu de Italiaanse overheid en commissarissen vergevorderde gesprekken voeren met Flacks Group en Jindal Steel, die beide een bod hebben uitgebracht. De commissie heeft Flacks Group om een bewijs van financiële draagkracht gevraagd. Jindal’s plan voorziet in een gefaseerde productieopbouw richting 6 miljoen ton staal in 2030, met focus op groene staalproductie en sectoren als auto, defensie en energie. De onderhandelingen richten zich nu op financiële haalbaarheid, investeringsplanning en mogelijke integratie met bestaande projecten.

Tata Steel

In IJmuiden heeft de staalproducent voorwaardelijke steun van het parlement gekregen voor de groene transitie, met mogelijk tot € 2 miljard staatssteun onder strikte milieu en gezondheidsvoorwaarden. Het doel is om in 2045 klimaatneutraal te zijn, waarvoor ca. € 4 miljard wordt geïnvesteerd in schonere productie, waaronder een mogelijke ombouw van de hoogovens van gas naar waterstofsystemen. Tegelijk liggen er plannen om de meest vervuilende installaties, die al onder toezicht staan en eerder boetes kregen, deels te sluiten of aan te passen om aan strengere normen te voldoen.

Salzgitter

De Duitse staalproducent stelt de ingebruikname van de belangrijkste installaties in de eerste fase van het decarbonisatieprogramma uit. De DRI-installatie en elektrische hoogoven, die oorspronkelijk in 2026 gepland waren, worden nu naar verwachting in 2027 operationeel. In de opstartfase worden twee ovens stilgelegd, goed voor ca. 30% minder CO2-uitstoot. De investering bedraagt ca. € 2,5 miljard, waarvan € 1 miljard overheidssteun. Daarnaast verwacht Salzgitter in juni volledig eigenaar te worden van de fabriek Hüttenwerke Krupp Mannesmann in Duisburg. Eerder dit jaar bereikten thyssenkrupp Steel en Salzgitter hierover een overeenkomst, waarbij ook mede-eigenaar Vallourec is betrokken, zoals eerder gemeld in onze editie van februari.

Indicatieve basisprijzen

Indicatieve basisprijzen per tonWarm-gewalste coilsKoud-gewalste coilsSendzimir verz.coilsKwartoplaat
februari 2026€ 660 – 680€ 770 – 795€ 780 – 795€ 725 – 745
maart 2026€ 700 – 730€ 820 – 845€ 810 – 835€ 775 – 795
april 2026€ 715 – 730€ 825 – 845€ 825 – 835€ 785 – 810

*Bij deze prijzen dienen nog toeslagen voor kwaliteit, dikte/breedte/lengte en eventueel beitsen, evenals vrachtkosten gerekend te worden.
***Genoemde prijzen zijn indicatief, circa en geheel vrijblijven

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *