Staaljournaal: gemengde reactie op CBAM

Foto van: De redactie
Geschreven door De redactie

De Europese staalmarkt is het nieuwe jaar ingegaan in een duidelijke overgangsfase. Met de invoering van het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) per 1 januari 2026 is een belangrijk beleidsmoment bereikt, maar de directe marktreactie blijft gemengd. Importstromen nemen zichtbaar af, terwijl de onderliggende industriële vraag nog altijd zwak is. Dat leidt tot stabilisatie, maar nog niet tot breed gedragen overtuiging in de markt. Dat blijkt uit het nieuwe Staaljournaal van Noviostaal.

Staalprijzen globaal onder druk

Begin januari zoekt de markt nadrukkelijk naar richting. Na het dieptepunt van juli 2025 zijn de Europese staalprijzen de afgelopen maanden stap voor stap opgelopen richting het huidige niveau. De eerdere neerwaartse fase lijkt daarmee te zijn afgesloten, mede doordat import afneemt en het aanbod beter onder controle komt. Tegelijk blijven afnemers terughoudend en ontbreekt duidelijke koopdrang. Beleidsmaatregelen en kosten lopen daarmee vooruit op een vraagherstel dat in de praktijk nog nauwelijks zichtbaar is.

Beleid stuurt de markt, maar vergroot ook de onzekerheid CBAM is formeel van kracht, maar blijkt in de praktijk geen vaststaand kader. Al in de eerste weken van 2026 wordt duidelijk dat het instrument nog volop in ontwikkeling is. Met name de impact op kunstmest en landbouw heeft geleid tot politieke onrust en discussies over mogelijke verzachtende maatregelen. Die discussie raakt ook staal, omdat zij laat zien dat CBAM beleidsmatig minder vastligt dan vaak werd aangenomen.

De Europese Commissie presenteerde in december voorstellen die CBAM enerzijds aanscherpen en anderzijds extra beleidsruimte creëren. Een belangrijk element daarin is een noodclausule die het mogelijk maakt om producten tijdelijk uit te zonderen wanneer toepassing leidt tot ernstige en onvoorziene schade aan de Europese markt. Deze clausule kan zelfs met terugwerkende kracht worden toegepast, wat de onzekerheid over de uiteindelijke CBAM-kosten vergroot.

Tegelijk zijn de uitvoeringsregels van CBAM nu definitief vastgesteld. Daarbij hanteert de Europese Unie bewust hoge standaard emissiewaarden en bijbehorende opslagen. Voor staal betekent dit dat import op basis van deze standaardwaarden in veel gevallen simpelweg te duur wordt. Importeurs worden daarmee in de praktijk gedwongen om met geverifieerde emissiegegevens te werken of om import te beperken.

CBAM stuurt het gedrag in de markt daardoor sneller en directer dan veel partijen vooraf hadden verwacht, ook al blijft de precieze uitwerking per product en herkomst onderwerp van discussie. Daarbij staat CBAM niet op zichzelf. Parallel werkt de Europese Unie aan verdere handelsbescherming. De nieuwe safeguard-regeling voorziet in een forse verlaging van tariefvrije importvolumes en een verdubbeling van het buiten-quota-tarief. Daarnaast worden herkomstregels aangescherpt via de melt-and-pour-verplichting. Ook binnen specifieke productgroepen wordt sneller ingegrepen, zoals bij het lopende antidumpingonderzoek naar koudgewalste coils, waar eerder dan verwacht hogere dumpingmarges worden voorzien.

Deze stapeling van maatregelen beïnvloedt het inkoopgedrag zichtbaar. Importeurs nemen minder risico, volumes worden verschoven of uitgesteld en alternatieven binnen Europa winnen aan belang. Tegelijk waarschuwen staalverwerkende sectoren dat kosten en administratieve lasten oplopen. Daarmee wordt duidelijk dat het Europese beleid de markt beschermt, maar dat de druk in de keten verschuift richting verwerkers en eindmarkten.

Importdruk neemt af, Europese markt sluit sneller

De effecten van dit beleid zijn begin 2026 al zichtbaar. De import van platte en lange staalproducten is in het eerste kwartaal scherp teruggevallen. Vooral bij warmgewalste coils blijft een groot deel van de quota ongebruikt. Ook bij koudgewalste en sendzimir verzinkte producten neemt de import af, zij het minder uitgesproken. De combinatie van quota, CBAM-kosten en onzekerheid over toekomstige handelsmaatregelen maakt import structureel minder aantrekkelijk.

Europa beschikt in theorie over voldoende capaciteit om een groot deel van deze importterugval zelf op te vangen, met name bij warmgewalste coils en lange producten. In de praktijk blijkt snelle vervanging echter beperkt. Stilgelegde capaciteit, technische beperkingen en financiële vraagstukken zorgen ervoor dat het herstel van Europese productie tijd kost. De markt bevindt zich daardoor in een fase waarin het aanbod geleidelijk afneemt, maar niet abrupt wegvalt.

Ook wereldwijd sluit het beeld hierbij aan. De wereldwijde staalproductie is eind 2025 opnieuw gedaald, met China als belangrijkste remmende factor. Chinese staalfabrieken beperken de productie door zwakke binnenlandse vraag en lage prijsniveaus. Exportprijzen zijn begin januari licht opgelopen door hogere kosten en

beleidsverwachtingen, maar de daadwerkelijke handelsvolumes blijven beperkt. De neerwaartse druk vanuit de wereldmarkt neemt daarmee af, zonder dat sprake is van een duidelijke opwaartse impuls.

Prijzen stabiliseren, staalfabrieken zetten in op hogere niveaus

In deze marktomstandigheden stabiliseren de Europese staalprijzen en ontstaat voorzichtig opwaarts momentum. Voor warmgewalste coils bewegen spotniveaus in ons land zich grofweg tussen € 630 en € 660 per ton. De Duitse markt blijft daarbij matig, terwijl Italië aantrekt, zowel qua prijsniveau als vraag. Pogingen van staalfabrieken om prijzen sneller op te trekken, stuiten echter op weerstand van verwerkers die deze kosten nog niet kunnen doorberekenen.

Dat prijsbeeld wordt ondersteund door oplopende importaanbiedingen. Aanbiedingen uit Turkije en het Midden-Oosten liggen inmiddels rond € 510 tot € 540 per ton cfr, met hogere niveaus voor specifieke volumes en leveringsvoorwaarden. Inclusief CBAM-kosten liggen deze aanbiedingen nauwelijks nog onder de Europese spotmarkt. Tegelijk wordt de beschikbaarheid voor nieuwe fabrieksleveringen in februari en maart geleidelijk beperkter, zowel bij Europese staalfabrieken als vanuit import. Dit ondersteunt de prijsontwikkeling op korte termijn, al blijft de daadwerkelijke koopbereidheid beperkt.

Vooruitkijkend mikken sommige Europese staalfabrieken richting het tweede kwartaal op hogere basisprijzen, met indicaties die oplopen richting € 700 tot € 750 per ton, afhankelijk van product en markt. Deze verwachtingen lopen vooruit op herstel en zijn sterk afhankelijk van verdere importbeperkingen en vraagontwikkeling.

De vraag blijft zwak. Industriële indicatoren in Duitsland en Zuid-Europa wijzen nog altijd op krimp, terwijl servicecenters overwegend goed gedekt zijn en liever bestaande voorraden verkopen dan deze tegen hogere niveaus te vervangen. Over het algemeen is er geen sprake van dumpprijzen of paniekverkopen. De markt beweegt zich daarmee vooral binnen de huidige bandbreedtes, zonder duidelijke versnelling vanuit de vraagzijde.

Met terugwerkende kracht kan worden vastgesteld dat juli 2025 het absolute dieptepunt vormde voor de Europese staalprijzen. Vanaf dat moment zijn prijzen stap voor stap opgelopen richting het huidige niveau. Het begin van 2026 lijkt daarmee een nieuwe, hogere prijsbodem te markeren, die duidelijk boven het niveau van afgelopen zomer ligt. In de praktijk gaat het om een verschil van enkele tientallen euro’s per ton, afhankelijk van product en regio, maar structureel hoger dan in de zomer van 2025.

Voor het eerste kwartaal ligt daarmee een zijwaarts tot licht hoger prijsbeeld voor de hand, met regionale verschillen en aanhoudend aftasten van de markt. In de loop van het tweede kwartaal kan het beeld veranderen, mits import verder afneemt en er meer duidelijkheid komt over CBAM en aanvullende handelsmaatregelen.

ArcelorMittal

ArcelorMittal heeft de staalproductie in Fos-sur-Mer hervat na een brand die de locatie bijna drie maanden stillegde. De herstart valt samen met een bredere opschaling van de Europese productie, in aanloop naar strengere Europese maatregelen die de import van staal beperken.

Tegelijk ligt de Franse fabriek onder politieke druk door discussies over een mogelijke nationalisatie.

ArcelorMittal heeft in de afgelopen tien jaar ca. € 245 miljoen geïnvesteerd in decarbonisatie in Frankrijk en geeft aan de milieubelasting van de productie in die periode met ca. 71% te hebben verlaagd.

Acciaierie d’Italia (ADI)

Flacks Group heeft een akkoord bereikt met de Italiaanse overheid over de overname van Acciaierie d’Italia, de voormalige Ilva-fabriek in Taranto. Het complex geldt als een van de grootste staalfabrieken van Europa en kampt al jaren met milieuproblemen.

De overeenkomst voorziet in het behoud van ca. 8.500 banen en in investeringen tot € 5 miljard gericht op modernisering en decarbonisatie. De Italiaanse staat behoudt een belang van 40%, terwijl Flacks een optie krijgt om dit aandeel uit te breiden met nog eens 40%. De afronding van de transactie wordt verwacht tussen eind februari en april.

Tegelijk hebben de door de staat aangestelde beheerders van het bedrijf een schadeclaim ingediend tegen voormalig eigenaar ArcelorMittal, gebaseerd op bevindingen uit een forensisch onderzoek naar het eerdere financiële beheer. De procedure loopt parallel aan het overnameproces en draagt bij aan de onzekerheid rond de uiteindelijke herstructurering van het staalcomplex.

Voestalpine

Bij de staalfabriek in Linz wordt gewerkt aan een modernisering van onderdelen van de koudwalserij om de bedrijfszekerheid te verbeteren. De aanpassingen worden in 2026 in gebruik genomen.

Tegelijkertijd wordt ingezet op verdere verduurzaming van de productie, met onder meer de ontwikkeling van een waterstofgebaseerd reductieproces in combinatie met een elektrische smelteenheid en de levering van een nieuwe EAF. De locatie maakt deel uit van Voestalpine en beschikt over een sinterinstallatie van ca. 3 miljoen ton per jaar, drie hoogovens met een gezamenlijke capaciteit van ca. 5 miljoen ton en een BOF-staalfabriek van ca. 6 miljoen ton per jaar.

Indicatieve basisprijzen

Indicatieve basisprijzen per tonWarmgewalste coilsKoudgewalste coilsSendzimir verz.coilsKwartoplaat
November 2025€ 610 – 640€ 705– 730€ 710 – 740€ 680– 710
November 2025€ 615 – 650€ 715 – 735€ 720 – 745€ 690 – 720
December 2025€ 630 – 660€ 730 – 750€ 730 – 760€ 700 – 720

*Bij deze prijzen dienen nog toeslagen voor kwaliteit, dikte/breedte/lengte en eventueel beitsen, evenals vrachtkosten gerekend te worden.
***Genoemde prijzen zijn indicatief, circa en geheel vrijblijvend.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *