De Nederlandse maakindustrie kan zich geen stilstand meer veroorloven. Terwijl productiviteit achterblijft en de druk op kosten en personeel toeneemt, blijft grootschalige digitalisering in het mkb uit. Om die impasse te doorbreken is de ‘Smart Industry Productiviteitsagenda’ gepresenteerd aan minister Herbert van Economische Zaken en Klimaat.

De agenda bevat een concreet uitvoeringsprogramma waarmee mkb‑bedrijven hun productiviteit ‘met 15 tot 25 procent kunnen verhogen’.
De maakindustrie draagt jaarlijks ruim €116 miljard bij aan de Nederlandse economie, maar de productiviteitsgroei stagneert. Tegelijkertijd erkent een overgrote meerderheid van de industriële mkb‑bedrijven het belang van digitalisering. Toch blijft daadwerkelijke implementatie achter: plannen genoeg, maar weinig meetbare resultaten op de werkvloer.
Paradox
‘We zitten al jaren in dezelfde paradoxale situatie’, zegt Theo Henrar, voorzitter van FME. ‘Ondernemers weten dat digitalisering noodzakelijk is, maar blijven steken in onzekerheid, gebrek aan kennis of verandercapaciteit. Met Smart Industry willen we deze ondernemers ondersteunen. Praktisch, behapbaar en gericht op resultaat’.
Heleen Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat: ‘Als we goede zorg, onderwijs en andere voorzieningen willen houden, moet onze productiviteit omhoog. Dat betekent niet harder werken, maar slimmer werken, met technologie, innovatie en digitalisering. We zullen met minder mensen meer moeten doen. Dat is geen keuze, maar gewoon nodig’.
Niet vrijblijvend
Mark Courage, directeur Smart Industry bij TNO en bestuurslid van Stichting Smart Industry, onderstreept dat de productiviteitsagenda geen vrijblijvende ambitie is: ‘Robotisering is geen optie meer maar een randvoorwaarde voor het voortbestaan van de Nederlandse maakindustrie. Zonder een stevige productiviteitsagenda en verregaande inzet van automatisering en robotica verliest Nederland in hoog tempo haar concurrentiekracht. Over tien jaar bestaat er simpelweg geen concurrerende maakindustrie meer zonder deze stap’.


