NEVI PMI: Nederlandse productiesector grotendeels stabiel

Foto van: De redactie
Geschreven door De redactie

De Nederlandse industrie is het nieuwe jaar zwak begonnen. Voor het eerst in acht maanden tijd daalde het aantal nieuwe orders, hoewel de export licht aantrok. De Nevi Inkoopmanagersindex daalde met een vol punt naar 50,1, wat duidt op minder
gunstige omstandigheden

Ondanks aanwijzingen van een zwakke vraag die grotendeels werd toegeschreven aan de lagere binnenlandse verkoop, namen zowel de productieomvang als de werkgelegenheid in lichte mate toe. Hierdoor konden de bedrijven zich richten op het wegwerken van achterstanden. Hoewel er sprake was van een verdere daling van de inkoopactiviteiten en grotere voorraadafbouw, steeg de inkoopprijsinflatie waardoor de producenten hun verkoopprijzen verhoogden.

De hoofdindex daalde van 51.1 in december naar 50.1 in januari. Dit laatste cijfer wees op een lichte verbetering van de bedrijfsomstandigheden, de kleinste in de huidige periode van groei van acht maanden. Deze bijna neutrale waarde was het gevolg van positieve bijdragen van productieomvang, werkgelegenheid en levertijden, die de negatieve impact van het aantal nieuwe orders en materiaalvoorraad net overtroffen.

Daling aantal orders

De daling van de hoofdindex was met name het gevolg van het kleinere aantal ontvangen nieuwe orders. Dit was de eerste daling hiervan in acht maanden. De daling was beperkt, maar ging in tegen de historische tendens van groei. De ondervraagde bedrijven schreven de terugval vooral toeaan de zwakke binnenlandse vraag, aangezien het aantal nieuwe buitenlandse orders in januari licht steeg.

Ondanks de lagere instroom van orders, steeg de werkgelegenheid in januari voor de tweede maand op rij. De panelleden gaven vaak aan dat zij nieuw personeel hadden aangenomen ter ondersteuning van hun groeiplannen. De groei van de personeelsbestanden bleef echter beperkt. De grotere productiecapaciteit en het werken aan eerder ontvangen orders zorgden in januari voor een stijging van het productievolume in de Nederlandse productiesector. Deze stijging was echter gering en lag onder het onderzoek gemiddelde.

Lange levertijden door diverse factoren

Het beperkte aantal nieuwe orders zorgde ervoor dat de producenten minder materiaal inkochten. De daling van inkoopactiviteiten was bescheiden, maar wel de grootste in zeven maanden. De grotere productieomvang en lagere inkoop leidden tot een sterkere daling van de materiaalvoorraad, waarbij een aantal bedrijven opmerkte de voorkeur te geven aan een lager voorraadniveau. Dit was de grootste daling in iets meer dan een jaar. De inspanningen van de bedrijven om hun voorraden te optimaliseren leidden tot een verdere afname van de voorraad gereed product. Deze daling was de grootste in vierenhalf jaar.

Toch waren de leveranciers in januari opnieuw vaak niet in staat om bestellingen op tijd te leveren en zorgden voorraadtekorten, weersomstandigheden en transportproblemen voor langere levertijden. De verslechtering van de prestatie van leveranciers was wel kleiner dan in december.

VDW: coronacrisis blokkeert orders machinebouwers

De producenten maakten in januari opnieuw melding van een stijging van de gemiddelde inkoopkosten. Naar verluidt stegen de prijzen voor metalen en kunststoffen, evenals de personeels- en transportkosten. De bedrijven berekenden

minstens een deel van deze hogere kostendruk door aan hun klanten via verhogingen van de verkoopprijzen. De inkopen verkoopprijsinflatie stegen naar het hoogste niveau in respectievelijk tien en negen maanden.

Coalitieakkoord

Wat betreft de komende twaalf maanden, waren de Nederlandse producenten minder optimistisch dan in december over een toename van de productieomvang het komende jaar. Het ondernemersvertrouwen daalde naar een niveau onder het langetermijngemiddelde, het laagste sinds november 2024, wat werd toegeschreven aan bezorgdheid over de aanhoudend zwakke vraag.

Albert Jan Swart, sectoreconoom Industrie bij ABN AMRO: ‘Het coalitieakkoord dat D66, VVD en CDA op vrijdag 30 januari presenteerden bevat een aantal verbeteringen voor de industrie. Naast de extra miljarden voor defensie, waar sommige industriële ondernemingen van kunnen profiteren, wil de coalitie ook de energie-intensieve industrie te hulp schieten. De nationale CO2-heffing wordt als het aan de coalitie ligt afgeschaft, en de subsidieregeling SDE++ wordt tot en met 2032 verlengd met een budget van 8 miljard euro per jaar. Ook wil de coalitie geld uittrekken voor de Indirecte Kostencompensatie (IKC), waar vooral de energie-intensieve industrie van kan profiteren. Doordat de coalitie geen meerderheid in zowel de Tweede als in de Eerste Kamer heeft, zal deze steun moeten verwerven bij andere partijen’.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *