Na drie jaar van krimp groeit de Nederlandse industrie in 2026 naar verwachting weer met twee procent. Dat blijkt uit een sectorprognose van ING. De groei wordt vooral gedragen door de chipindustrie. Ook hogere defensie-uitgaven, investeringen in de Duitse infrastructuur en Europese handelsmaatregelen zorgen volgens de bank voor extra vraag.

Volgens ING onderscheidt de Nederlandse industrie zich van andere eurolanden doordat de productie sinds eind 2025 sterker aantrekt. De bank verwacht dat vooral de technologische industrie hiervan profiteert. De vraag naar chipmachines neemt weer toe na een periode van afzwakking, waardoor ook veel toeleveranciers in de keten meer opdrachten kunnen verwachten. Daarnaast dragen hogere Europese defensie-uitgaven, investeringen in infrastructuur en maatregelen zoals de CO2-grensheffing (CBAM) en aangescherpte staalmaatregelen bij aan de groei van de industriële productie.
Voor metaalbewerkers ziet ING vooral kansen in de groeiende vraag vanuit de halfgeleiderindustrie, defensie en de transportmiddelenindustrie. Toeleveranciers van onder meer verspaning en plaatbewerking kunnen profiteren van een herstel van de investeringen in deze markten. Daar staat tegenover dat de vraag vanuit de machinebouw en de automobielindustrie volgens de bank zwak blijft door Amerikaanse invoerheffingen en toenemende concurrentie uit China. Ook leiden hogere Europese staalheffingen tot hogere materiaalkosten.
Voor kunststofverwerkers verwacht ING in 2026 een gematigde groei van het aantal orders. De sector profiteert volgens de bank van overheidsmaatregelen, waaronder de terugkeer van de Indirecte Kostencompensatie, de mogelijke verlaging van de netkosten en het schrappen van de Nationale Circulaire Plastic Norm en de Circulaire Plasticheffing. Tegelijkertijd blijven stijgende grondstof- en energieprijzen en internationale concurrentie de marges onder druk zetten.
Verschillen tussen sectoren blijven groot
Hoewel de industrie als geheel groeit, verwacht ING dat de verschillen tussen sectoren groot blijven. De energie-intensieve industrie profiteert tijdelijk van extra voorraadopbouw en minder concurrentie uit Azië, maar kampt volgens de bank nog altijd met structureel hogere energiekosten, mondiale overcapaciteit en de invloed van de Amerikaanse importheffingen. Vooral de chemische industrie en de basismetaalsector blijven daardoor onder druk staan.
Ook de investeringsbereidheid is volgens ING afgenomen. Waar eerder nog werd uitgegaan van groei van de industriële investeringen, rekent de bank inmiddels op een daling van drie procent. Bedrijven blijven voorzichtig door onzekerheid over energieprijzen, geopolitieke ontwikkelingen en de economische vooruitzichten. Tegelijkertijd neemt de tweedeling binnen de industrie toe: bedrijven die actief zijn in halfgeleiders, elektrificatie en defensie profiteren van structurele groeimarkten, terwijl andere industriële sectoren achterblijven.










