Mensen die interesse hebben in techniek kunnen vanaf 1 juli terecht bij de nieuwe techniekroute. Via techniekroute.nl en persoonlijke begeleiding in de regio krijgen zij hulp bij het vinden van werk en opleiding in de techniek. De Techniekroute is gestart in Drenthe, Friesland, Groningen, Zeeland en Zuid-Holland.

De lancering is een belangrijke mijlpaal binnen het Aanvalsplan Bouw, Energie en Techniek (een initiatief van FME, Bouwend Nederland, Metaalunie, Techniek Nederland, WENB en Bovag). Met deze nieuwe route willen zij de stap naar technisch werk eenvoudiger maken voor mensen die zich willen oriënteren op een toekomst in de techniek. Ook voor de technologische industrie biedt dit kansen: meer mensen krijgen zicht op de beroepen, bedrijven en ontwikkelmogelijkheden in de sector.
Eén herkenbare ingang naar technisch werk
De Techniekroute richt zich op mensen die een overstap naar een technisch beroep overwegen, maar nog niet precies weten welke richting bij hen past. Zij kunnen zich breed oriënteren op zes technische sectoren: bouw en infra, energie, installatietechniek, metaal, metalektro en mobiliteit.
Op techniekroute.nl vinden geïnteresseerden informatie over meer dan tweehonderd beroepen, opleidingsroutes en arbeidsvoorwaarden. Wie daarna verder wil, kan terecht bij een coach in de regio. Die denkt mee over passend werk, scholing en de volgende stap richting een technische loopbaan.
Kansen voor de technologische industrie
Voor FME-leden is de Techniekroute een waardevolle aanvulling op bestaande regionale initiatieven. De route bereikt ook mensen die nog niet specifiek kiezen voor de technologische industrie, maar wél openstaan voor een toekomst in de techniek.
Dat is belangrijk. Bedrijven hebben vakmensen nodig om te blijven vernieuwen, groeien en bijdragen aan maatschappelijke oplossingen. Juist nu helpt een sterk netwerk dat bedrijven verbindt, vooruitbrengt en verdedigt. De Techniekroute versterkt de instroom van gemotiveerde zij-instromers.
De Techniekroute is op 1 juli gestart in Drenthe, Friesland, Groningen, Zeeland en Zuid-Holland. Het gaat om een gefaseerde introductie. De ervaringen uit deze regio’s worden gebruikt om de aanpak verder te versterken en uit te breiden naar de rest van Nederland.


