De Nederlandse overheid heeft het plan opgevat om twee miljard euro te investeren in de vergroening van de staalproductie van Tata Steel Nederland, wat een belangrijk deel van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland moet verlagen. Negen auteurs, waaronder vijf hoogleraren van uiteenlopende universiteiten, zetten in een gezamenlijk artikel uiteen waarom zij deze steun een goed idee vinden. Dat werd eerder nog afgeraden door een groep van meer dan 100 economen.

‘De brief van de groep economen mist een aantal belangrijke overwegingen die juist wel pleiten voor de overeenkomst tussen de overheid en Tata Steel Nederland (TSN)’, zo beginnen de auteurs. ‘Staal is een materiaal waarvan de samenleving structureel afhankelijk is en zal blijven. Zo is er voor de energietransitie in de nabije toekomst veel staal nodig, onder andere voor windturbines, (kern)energiecentrales en defensiematerieel’.
‘Die blijvende vraag geldt in het bijzonder voor hoogwaardig staal – het type dat TSN overwegend levert en onder meer gebruikt wordt in de auto-industrie (inclusief elektrische voertuigen), voedselverpakkingen, batterijen, en aan energie gerelateerde toepassingen’.
‘Dit type staal vereist precieze metallurgische controle en is zodoende niet zomaar te vervangen door import. Zo is TSN betrokken bij het technologisch complexe en hoogwaardige productieproces van elektrisch staal. Dat is ook nodig voor de energietransitie. Ook de halfgeleiderindustrie, met ASML als prominente gebruiker, is afhankelijk van hoogwaardig staal met dit soort nauw gespecificeerde toleranties’, aldus de hoogleraren, docenten en andere auteurs van het ingezonden artikel.
Geen historisch relict
‘Hoewel recycling van staalschroot op de lange termijn een groeiend aandeel van de vraag naar hoogwaardig staal kan dekken, blijft er behoefte aan primair staal voor toepassingen die specifieke eigenschappen vereisen. Die onmisbaarheid maakt staalproductie ook strategisch relevant’.
‘De fabriek die nu in handen is van Tata Steel, is na de Eerste Wereldoorlog geopend om Nederland niet afhankelijk te laten zijn van geïmporteerd staal. In deze tijden van nieuwe geopolitieke spanningen blijft die overweging relevant: staalproductie in Europa is geen historisch relict maar een industrieel-strategische noodzaak. De vraag is waar en hoe staal het meest verantwoord kan worden geproduceerd’.
Ook de locatievoordelen van TSN ten opzichte van alternatieven in het buitenland spelen een significante rol volgens het artikel. Zo zou ‘zonne-energie als kostenvoordeel voor Spaans staal minder vanzelfsprekend zijn dan de 117 economen suggereren’.
‘Op basis van locatie, ecosysteem, kennisbasis en de structuur van de verduurzamingsplannen is IJmuiden een serieuze kandidaat voor een Europees competitief, duurzaam staalproductiecluster. De maatwerkafspraken zijn risicovol, maar het alternatief – onomkeerbaar verlies van primaire staalproductiecapaciteit in West-Europa – is op langere termijn vermoedelijk kostbaarder’, zo besluiten de auteurs.


