De Nederlandse industrie laat voorzichtig tekenen van herstel zien. Terwijl de afzetprijzen van industriële producten opnieuw stijgen, neemt ook de vraag vanuit de hightech- en defensiesector toe. Die combinatie biedt producenten meer perspectief na een periode van afzwakkende productie en terughoudende investeringen.

Uit cijfers van het CBS blijkt dat de afzetprijzen van de Nederlandse industrie in mei bijna 6 procent hoger lagen dan een jaar eerder. Ook de nieuwste sectorprognose van ING meldt een groei met 2 procent, gevolgd door 2,5 procent in 2027. Daarmee komt een einde aan een moeilijke periode waarin de sector werd geconfronteerd met hoge energieprijzen, afzwakkende wereldhandel en geopolitieke onzekerheid.
Groeiende defensiebudgetten
Tegelijkertijd verbetert het marktperspectief voor veel maakbedrijven. Investeringen in halfgeleidertechnologie, defensie en veiligheid zorgen daarbij vooral voor nieuwe orders. Waar de machinebouw en toeleverketens in 2024 en 2025 nog te maken hadden met teruglopende investeringen, ontstaan nu nieuwe groeikansen. Met name bedrijven die actief zijn in de hightech-maakindustrie profiteren van de combinatie van structurele investeringen in de Europese chipsector en de groeiende defensiebudgetten binnen NAVO-landen.
Voor de industrie betekent de stijging van de afzetprijzen niet automatisch een verbetering van de marges. Veel bedrijven hebben tegelijkertijd nog altijd te maken met structureel hogere kosten. Wel suggereert de combinatie van stijgende verkoopprijzen en nieuwe groeimarkten dat de Nederlandse maakindustrie zich geleidelijk herstelt.


