Binnen veel sectoren van de Nederlandse economie is de transitie naar een koolstofarme of –vrije manier van werken inmiddels in volle gang. Alleen het tempo is nog niet toereikend genoeg om de gestelde klimaatdoelen te bereiken. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van ABN-AMRO.

Hogere omzetgroei
Decarbonisatie, het verwijderen of verminderen van de uitstoot van met name koolstofdioxide (CO2), levert naast ecologische- vaak ook economische winst op. Zo zal een energie-efficiëntiemaatregel bijvoorbeeld het energie- en brandstofverbruik van veel processen verminderen, waarmee meteen op de kosten wordt bespaard. Bedrijven met een lage uitstoot hebben vaak een hogere omzetgroei en zijn ze beter bestand tegen negatieve schokken, blijkt uit het onderzoek.
De sectoren die verantwoordelijk zijn de meeste uitstoot van broeikasgassen, staan echter nog voor een relatief grote klimaatuitdaging om hun processen en producten koolstofarm te maken. Dit zijn de energie-intensieve sectoren, waaronder ook de basismetaalindustrie. De transitie is in deze sectoren vaak veel complexer en kent nog veel obstakels. Op dit moment is Tata Steel IJmuiden het bedrijf met de grootste uitstoot in Nederland. Dit komt vooral omdat het nog erg afhankelijk van het verbruik van cokeskolen is voor het maken van staal.
ETS blijkt waardevol instrument
De grootste uitstoters van broeikasgassen in de industrie betalen binnen het emissiehandelssysteem van de EU voor elke ton CO2 die ze teveel uitstoten (EU-ETS). Binnen dit systeem wordt een bepaalde hoeveelheid vrije emissierechten aan grote uitstoters toegekend. Het negatieve saldo moet dan met de werkelijke uitstoot worden verrekend.
Door het aantal vrije emissierechten jaarlijks te verminderen wil de EU het bedrijfsleven dwingen om hun uitstoot te verminderen. Dit systeem blijkt een waardevol instrument in de strijd tegen klimaatveranderingen en om verduurzaming in het bedrijfsleven te stimuleren. Inmiddels valt 78 procent van de totale industriële uitstoot onder EU ETS.
Tempo onvoldoende
Het tempo in emissiereductie is op dit moment echter nog onvoldoende. Hoge investeringskosten, lange levensduur van bestaande installaties, beperkte infrastructuur en een veranderende geopolitieke context remmen allen de voortgang hierin.
Ondanks de beschikbaarheid van steeds meer koolstofarme technologieën lopen de energie‑intensieve industrieën nog achter op schema om het doel voor 2030 te halen. Dit kan uiteindelijk ten koste gaan van de internationale concurrentiekracht die Nederland op dit moment bezit, concludeert de ABN-AMRO analyse.


