Een historisch document

Foto van: Kasper Weigand
Geschreven door Kasper Weigand

TechniShow bestaat 75 jaar. Een mooi moment om eens in de archieven te duiken. Want 75 jaar is indrukwekkend, een mensenleven. Maar menig bedrijf of organisatie in de Nederlandse maakindustrie gaat nog langer mee. Vraag & Aanbod bijvoorbeeld, om er maar een te noemen, startte een halve eeuw eerder al met berichtgevingen en advertenties. En jawel, als we in het archief terugbladeren naar 1951 komen we daar ook het nieuws over de eerste Techni-Show ‘51 tegen.

Tags:

Het volgende bericht stond op de voorpagina van Vraag & Aanbod op 24 mei 1951:

Techni-Show ‘51

Gedurende de periode 30 Mei t/m 9 Juni a.s. zal Rotterdam staan in het centrum van de belangstelling van technisch Nederland. Het hart van dit technisch gebeuren is de tentoonstelling Techni-Show ’51, waar de laatste technische verbeteringen in de ontwikkeling van machines voor de metaal- en houtbewerking in bedrijf gesteld zullen worden gedemonstreerd, de nieuwste gereedschappen en de hoogst gekwalificeerde staalsoorten zullen worden getoond. De Nederlandse industrie zal in staat worden gesteld nauwlettend te onderzoeken, welke verbeteringen zij in haar outillage zal kunnen aanbrengen, terwijl het technisch onderwijs zich kan oriënteren inzake de feitelijke ontwikkeling, ten einde hieraan de theoretische opleiding aan te passen.

Techni-Show-Congres ’51

De bezoeker zal behalve het visuele op de expositie nog op andere wijze worden ingelicht en wel in de eerste plaats door middel van het Techni-Show-Congres ’51. De Stichting Technisch Centrum heeft namelijk in nauwe samenwerking met een aantal belangrijke industriële organisaties op het terrein van de metaal- en houtbewerking een congres belegd, waaraan vele vooraanstaande Nederlandse specialisten hun waardevolle steun zullen geven door het houden van voordrachten over de meest actuele technische vraagstukken van deze tijd. Het congres omvat een aantal “vakdagen”, waarop telkens een ander onderwerp in discussie zal worden gebracht, terwijl het in de bedoeling ligt op de sluitingsdag speciale aandacht te besteden aan de opvoeringen van de productiviteit in de gevestigde industrie.

De lezingen zullen worden gehouden door zeer vooraanstaande experts uit de wetenschappelijke kring en uit het bedrijfsleven. Het gehele congres is ingesteld op de moeilijkste vraagstukken van deze tijd. De bedoeling is evenwel deze vraagstukken op zo practisch mogelijke wijze te analyseren en in discussie te geven. Het is ongetwijfeld interessant hierbij op te merken, dat bij de keuze van de verschillende sprekers uitgegaan werd van het principe, dat zo veel mogelijk gezocht moet worden naar experts uit eigen land. Ongetwijfeld zal dit het resultaat gunstig beïnvloeden.

Dat het initiatief tot een dergelijk congres van industriële organisaties genomen werd door de Nederlandse handel – zoals deze georganiseerd is in de Stichting Technisch Centrum – kan slechts een bewijs te meer zijn voor de stelling, dat industrie en handel niet alleen elkaar nodig hebben, doch zonder elkaar niet kunnen bestaan.

Techni-Show-Cinema ’51

In samenwerking met een aantal exposerende firma’s heeft de Stichting Technisch Centrum een filmdienst georganiseerd, welke de bezoeker in staat zal stellen de productiewijze en de productiecapaciteit van vele geëxposeerde en ook niet-geëxposeerde machines en gereedschappen via de film in ogenschouw te nemen. Bovendien zijn opnamen gewijd aan de productie van staal en de mogelijkheden, welke de nieuwste staalsoorten de industriële productie bieden.

Het filmprogramma is in de vorm van een technische cineac geprojecteerd en samengesteld uit 22 binnenlandse en buitenlandse opnamen, welke in 88 filmvoorstellingen met een totale duur van ca. 50 uur zullen worden vertoond.

Meer dan machines

Toen in het voorjaar van 1951 de eerste Techni-Show werd aangekondigd, positioneerde de beurs zich nadrukkelijk als meer dan een verzameling stands en machines. In de aankondiging wordt Techni-Show ’51 gepresenteerd als een nationaal technisch gebeuren, waarin industrie, handel, onderwijs en kennisinstellingen samenkomen rond één centraal thema: de modernisering en versterking van de Nederlandse industrie. Dat perspectief is duidelijk gevormd door de tijdgeest van de wederopbouw, maar ook vooruitstrevend in zijn opzet.

De Techni-Show wordt in de tekst neergezet als een etalage van Nederlandse technische competentie. De keuze om bij het congres zoveel mogelijk te werken met experts uit eigen land is een bewuste keuze. Kennis en vakmanschap worden gezien als nationale hulpbronnen die ingezet moeten worden voor economische vooruitgang. In een periode waarin Nederland zijn industriële basis opnieuw moest opbouwen, fungeert de beurs daarmee als podium.

Kennisplatform

Opvallend is ook dat de Techni-Show zich vanaf de eerste editie presenteert als een kennisplatform. De tentoonstelling vormt slechts één pijler; minstens zo belangrijk zijn het meerdaagse congres en het omvangrijke filmprogramma. Met vakdagen rond gieterijen, scheepsbouw, bewerkingstechnieken, houtbewerking en lassen wordt de beurs ingericht als een plek voor inhoudelijke verdieping en discussie. Het gebruik van film om productiewijzen en productiecapaciteit inzichtelijk te maken, met tientallen uren aan voorstellingen, laat zien hoe serieus men kennisoverdracht nam. De Techni-Show wil niet alleen tonen, maar ook verklaren en onderwijzen. Productiviteit vormt daarbij een sleutelbegrip. De aankondiging spreekt expliciet over het opvoeren van de productiviteit in de gevestigde industrie, bijna als een morele opdracht. Efficiënter produceren wordt gepresenteerd als collectief belang, niet alleen als bedrijfsdoel. Dat past in het naoorlogse denken waarin technologische vooruitgang rechtstreeks verbonden is met welvaart en maatschappelijke stabiliteit.

De beurs positioneert zichzelf bovendien als scharnierpunt tussen verschillende domeinen. Industrie en handel worden als wederzijds afhankelijk beschreven, terwijl het technisch onderwijs wordt opgeroepen zich te richten op de feitelijke ontwikkelingen in de praktijk. Ook normalisatie, veiligheid en materiaalkennis krijgen een vaste plek. Daarmee laat Techni-Show ’51 zien dat technische vooruitgang niet los wordt gezien van standaarden, regelgeving en kennisdeling.

Advertentie uit dezelfde editie van Vraag & Aanbod uit 1951.

Historisch document

De toon van de tekst is rationeel en optimistisch en weinig commercieel. Er is geen sprake van verkoopargumenten of marketingretoriek. In plaats daarvan overheerst een verantwoordelijkheidsgevoel: techniek als instrument voor vooruitgang, industrie als motor van maatschappelijke ontwikkeling. In die zin presenteert Techni-Show ’51 zich naast beurs, ook als onderdeel van een bredere nationale ambitie. Dat deze uitgangspunten vijfenzeventig jaar later nog steeds herkenbaar zijn in het vakbeurslandschap, maakt de aankondiging tot een veelzeggend historisch document.

Tags:

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *