Mkb-maakindustrie onder druk in het eerste kwartaal

Foto van: De redactie
Geschreven door De redactie

Het economisch beeld in de MKB-maakindustrie laat op dit moment een neerwaartse fase zien. Ondernemers beoordelen de economische situatie minder gunstig dan in voorgaande kwartalen. Dat blijkt uit de Economische Barometer over het eerste kwartaal van 2026 van Koninklijke Metaalunie

barometer economie metaalunie

Ten opzichte van het laatste kwartaal van 2025 verslechteren orderposities, staan marges onder druk en nemen de winstgevendheid en export af. Tegelijkertijd zorgen externe factoren en aanhoudende onzekerheid voor voorzichtiger opererende bedrijven. Zonder herstel van de orderinstroom blijft de druk op de sector naar verwachting aanhouden. 

Mark Helder, voorzitter Koninklijke Metaalunie: ‘Ondernemen onder moeilijke marktomstandigheden in onzekere tijden vraagt lef, veerkracht en kansen blijven zien en benutten. De uitkomsten van deze meting laten zien dat verhoging van arbeidsproductiviteit cruciaal is. We moeten meer doen met minder mensen. Zo houden we gezonde bedrijven en een brede welvaart in Nederland’.

Externe prijsverhogende factoren

Het eerste kwartaal van dit jaar wordt gekenmerkt door externe factoren die invloed hebben op de situatie van mkb-maakondernemers. 
Zo geeft bijna 4 op de 5 van de responderende ondernemers aan dat zij worden geraakt door de crisis in het Midden-Oosten en de onzekere situatie bij de Straat van Hormuz. Als gevolg hiervan hebben zij te maken met stijgende energie-, brandstof- en transportkosten en staat de leveringszekerheid onder druk. 

Ook worden deze ondernemers geraakt door CBAM, de nieuwe importheffing op staal van buiten de Europese zone. Het leidt tot stijgende inkoopkosten en hogere administratieve lasten. Daarnaast beperken handelsmaatregelen, zoals Europese importheffingen aan de buitengrens, de beschikbaarheid van goedkopere import en maken zij de markt krapper. Dit kan bijdragen aan opwaartse prijsdruk binnen Europa. Voor energie-intensieve sectoren zoals staal en aluminium kan dit doorwerken in hogere productie- en transportkosten. 

Arbeidsmarkt blijft gemengd

De verhouding tussen vast en flexibel personeel blijft al jaren stabiel, met circa 90 procent van de medewerkers in vaste dienst en 10 procent in flexibel werk. Tegelijkertijd daalde het aantal bedrijven met een toename van vast personeel netto naar -5 procent. Ook bij flexibel personeel is sprake van een afname. Opvallend is dat het aantal bedrijven met openstaande vacatures juist licht stijgt, van 44 naar 47 procent. Mogelijk houden bedrijven vacatures open vanwege de aanhoudende personeelsbehoefte, maar stellen zij het daadwerkelijk aannemen van personeel vaker uit door onzekerheid over de toekomstige orderportefeuille. Ook de CBS Conjunctuur enquête laat eenzelfde gemengd beeld zien.

Dalende orderpositie en zwakke export

De verslechtering van de orderpositie is een belangrijke verklaring voor de negatieve stemming. Het aantal bedrijven dat hun binnenlandse orderpositie ziet afnemen, ligt 17 procent hoger dan het aantal bedrijven die de orderpositie ziet toenemen. Per saldo is dit een negatieve ontwikkeling. De voorzichtig positieve verwachting voor het komende kwartaal is dat de afname van de orderpositie per saldo vermindert. 

De exportontwikkeling is ongunstiger. Zo meldt 43 procent van de exporterende respondenten een verslechtering van de buitenlandse orderpositie, tegenover 14 procent die een verbetering ziet. Daarmee komt het nettosaldo uit op -29 procent. Dit is het tweede negatieve kwartaal op rij. Tegenover deze uitkomsten staat dat het landelijke CBS-beeld vooralsnog minder somber is. De positie in de waardeketen is hiervoor een mogelijke verklaring.

Prijsdruk en verslechterend bedrijfsresultaat

Veertig procent van de respondenten geeft aan dat de verkoopprijzen hoger liggen dan in het vorige kwartaal, terwijl 11 procent juist een prijsdaling meldt. Hier is ook sprake van een seizoeneffect, omdat prijzen vaker aan het begin van het jaar worden aangepast.

De stijgende verkoopprijzen hangen samen met hogere inkoopkosten, die bedrijven voor vaak maar gedeeltelijk doorberekenen aan klanten. Tegelijkertijd beperkt de zwakkere vraag de ruimte om prijsstijgingen door te voeren. Hierdoor kunnen marges verder onder druk komen te staan.

Voor het komende kwartaal zijn de verwachtingen iets gunstiger: 29 procent van de respondenten verwacht een toename van het bedrijfsresultaat. Dit hangt waarschijnlijk samen met de verbeterde verwachtingen voor zowel de binnenlandse als de buitenlandse orderpositie. 

Winstgevendheid verder onder druk

Het aandeel winstgevende bedrijven is sinds het tweede kwartaal van 2025 gedaald van 45 naar 37 procent. Tegelijkertijd is het aandeel bedrijven dat break-even draait toegenomen tot 40 procent en steeg ook het aandeel verlieslatende bedrijven, van 18 naar 23 procent. Dit duidt erop dat de financiële ruimte binnen bedrijven afneemt en dat steeds meer ondernemingen moeite hebben om hun resultaten op peil te houden.

Ook uit de Conjunctuurenquête Nederland van het CBS blijkt dat de winstgevendheid eind 2025 al onder druk stond. De barometer bevestigt dat deze druk in het eerste kwartaal van 2026 in de praktijk onverminderd aanwezig is.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *