Ondernemers zijn druk en hebben weinig tijd om uitgebreid alle bronnen met marktontwikkelingen te raadplegen. Tegelijkertijd is het voor het ondernemen essentieel om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen in de markt. Vraag & Aanbod volgt de Nevi PMI, analyseert de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, leest het Staaljournaal van Noviostaal en houdt andere relevante bronnen scherp in de gaten. Hier een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen maand.

Eurofer: overcapaciteit bedreigt Europese staalindustrie
De Europese staalindustrie staat onder zware druk door een snel groeiende wereldwijde overcapaciteit. Volgens Eurofer blijft de productiecapaciteit toenemen, terwijl de vraag achterblijft, wat leidt tot een wereldwijd overschot van circa 650 miljoen ton staal. Dit overschot wordt tegen lage prijzen op internationale markten afgezet, wat de concurrentie verstoort en prijzen onder druk zet. Voor Europese producenten komt dit bovenop bestaande uitdagingen zoals hoge energieprijzen, strenge milieuregels en de kosten van verduurzaming. Eurofer waarschuwt dat de situatie niet alleen economische schade veroorzaakt, maar ook strategische risico’s met zich meebrengt, zoals afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers en afnemende investeringen in groen staal. De organisatie pleit daarom voor aanscherping van handelsmaatregelen, waaronder importheffingen en beschermingsmechanismen. Zonder ingrijpen dreigt volgens Eurofer blijvende schade aan de sector en mogelijk zelfs het verdwijnen van delen van de Europese staalindustrie.
Ondernemers blijven negatief over ondernemingsklimaat
Nederlandse ondernemers blijven overwegend negatief over het ondernemingsklimaat, blijkt uit de nieuwste Nationale Peiling van VNO-NCW en MKB-Nederland. Zo vindt 76 procent dat het klimaat de afgelopen vijf jaar is verslechterd, terwijl minder dan 15 procent positief is. Hoewel het oordeel over het lokale klimaat iets milder is, overheerst ook daar ontevredenheid. De aanhoudend negatieve sentimenten kunnen volgens de ondernemersorganisaties doorwerken in investeringsbeslissingen. Bijna 20 procent van de bedrijven overweegt (deels) te vertrekken uit Nederland, terwijl het aandeel ondernemers dat toekomst ziet in eigen land is gedaald van 68 naar 57 procent. Belangrijke knelpunten zijn regeldruk, hoge loonkosten, onvoorspelbaar beleid en arbeidsmarktkrapte. Positiever zijn ondernemers over infrastructuur en innovatiekansen. De uitkomsten gelden als belangrijk startpunt voor het nieuwe kabinet, dat verbetering van het ondernemingsklimaat hoog op de agenda heeft staan.
Onrust drijft staalmarkt richting hogere prijzen
De Europese staalmarkt is begin maart duidelijk nerveuzer geworden door oplopende energie- en transportkosten, geopolitieke spanningen en beperkte beschikbaarheid van materiaal. Staalprijzen blijven stijgen, met warmgewalste coils rond €700–730 per ton, vooral gedreven door aanbodfactoren in plaats van vraaggroei. Import neemt verder af door hogere vrachtkosten, handelsmaatregelen en onzekerheid rond CBAM, waardoor Europese producenten meer grip krijgen op prijsstelling. Tegelijk blijft de industriële vraag zwak en opereren kopers terughoudend, met focus op vervangingsaankopen. Staalfabrieken trekken aanbiedingen soms in en proberen hogere prijzen door te voeren om marges te beschermen. De markt blijft daarmee gespannen en sterk afhankelijk van externe factoren zoals energieprijzen en geopolitiek. Hoewel er voorzichtig meer aanvragen zijn in sommige segmenten, blijft het herstel fragiel. Voor de komende maanden wordt een licht stijgend prijsbeeld verwacht, mits de vraag niet verder verzwakt.
Staalproductie krimpt, herstel voorzichtig in zicht
De Europese staalproductie is in 2025 gedaald naar een historisch dieptepunt van circa 125,8 miljoen ton, mede door zwakke vraag, hoge kosten en toenemende importdruk. Volgens Eurofer wordt de sector gedwongen capaciteit af te bouwen en te herstructureren. Vooruitkijkend wordt wel een gematigd herstel verwacht: de staalvraag in de EU groeit naar verwachting met 2,4 procent in 2025 en 1,3 procent in 2026. Toch blijven de volumes duidelijk onder het niveau van vóór de pandemie. Factoren als volatiele energieprijzen, geopolitieke spanningen en handelsverstoringen blijven zwaar wegen op de markt. Eurofer waarschuwt dat zonder snelle invoering van strengere handelsmaatregelen verdere industriële afbouw dreigt. Daarnaast zijn lagere elektriciteitsprijzen cruciaal om investeringen, met name in groen staal, in Europa te behouden. Het herstel blijft daarmee fragiel en sterk afhankelijk van beleid en marktomstandigheden.
Industrie in de hoek waar de klappen vallen
In februari van dit jaar werden relatief gezien de meeste faillissementen uitgesproken in de industrie. Per 100 duizend bedrijven in de industrie gingen er 25,0 failliet. Het is een verbetering als we kijken naar vorig jaar, want toen waren dit er nog 31,3. In totaal werden er 311 bedrijven failliet verklaard, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dat zijn 53 faillissementen minder dan in dezelfde periode een jaar eerder, een daling van 15 procent. Ten opzichte van januari is het aantal faillissementen gestegen met 11 procent. In de branche Bouwnijverheid bleef het aantal faillissementen ten opzichte van vorig jaar nagenoeg gelijk.
Aluminiumprijs beleeft grootste stijging sinds 2023
De prijs van aluminium is deze week met bijna 10 procent gestegen, de grootste wekelijkse stijging sinds 2023. Logischerwijs hadden het escalerende conflict in het Midden-Oosten en de eveneens stijgende gasprijzen daar een groot effect op. Grondstoffenhandelaren bereiden zich voor op mogelijke verdere onderbrekingen, zo bericht BNR. De prijs van aluminium bedraagt inmiddels 3446 dollar per ton, omgerekend bijna 3000 euro. Daarmee zet het metaal zijn opmars van de afgelopen maanden voort. Het aanbod van aluminium wordt al maanden krapper. De wereldwijde voorraden zijn gekrompen door een limiet op de smeltcapaciteit in China en productiebeperkingen in Europa vanwege hogere stroomprijzen. Aan de andere kant blijft de vraag naar het metaal vanuit de bouw- en duurzame energiesectoren naar verwachting sterk.

Vrouwen blijven schaars in maakindustrie
Vrouwen vormen nog altijd een kleine minderheid in de staal- en maakindustrie, met slechts 11 procent van het personeelsbestand volgens Worldsteel. Ondanks jarenlange aandacht blijft de vertegenwoordiging laag. Tegelijk verandert het werkveld: door automatisering en digitalisering zijn fysieke eisen minder bepalend en groeit de vraag naar technische kennis en analytische vaardigheden. Initiatieven zoals ‘Vrouwen in de Maak’ op de TechniShow 2026 moeten bijdragen aan meer zichtbaarheid en instroom van vrouwen in de sector. Dat is relevant, omdat wereldwijd steeds meer vrouwen een technische opleiding volgen. Een betere genderbalans wordt bovendien gezien als economische kans: onderzoek wijst op een verband tussen meer diversiteit, hogere productiviteit en innovatiekracht. Daarmee raakt het thema niet alleen inclusie, maar ook het toekomstige concurrentievermogen van de industrie.
Kansen voor Europa in humanoïde robotica
De snelgroeiende markt voor humanoïde robots biedt grote kansen voor de Europese maakindustrie, maar vraagt om snelle actie. Volgens onderzoek van Fraunhofer IPA en P3 ligt de sleutel niet alleen bij AI-software, maar vooral bij hardwarecomponenten zoals actuatoren, sensoren en batterijen. Juist daar bestaan nog grote technische en kostengerelateerde knelpunten, wat ruimte creëert voor Europese bedrijven met expertise in mechatronica en automatisering. Vooral de ontwikkeling van complexe onderdelen, zoals flexibele robothanden, vormt een belangrijke uitdaging én kans. Analisten verwachten dat de markt voor humanoïde robots uiteindelijk groter kan worden dan de auto-industrie. Om daarvan te profiteren, moeten bedrijven vroeg instappen, investeren in schaalbare en kostenefficiënte oplossingen en samenwerken met robotfabrikanten. Zonder actieve deelname dreigt Europa achterop te raken, terwijl de technologische en industriële basis juist sterk genoeg is om een leidende rol te spelen.

Lichte groei industrie ondanks zwakke vraag
De Nederlandse industrie liet in februari opnieuw een bescheiden verbetering zien, met een PMI van 50,8. De productie groeide, mede doordat bedrijven bestaande orders wegwerkten, terwijl de daling van nieuwe orders beperkt bleef. Tegelijk blijft de onderliggende vraag zwak, vooral vanuit het buitenland, wat samenhangt met lage investeringsbereidheid en matige mondiale groei. Bedrijven reageren hierop door hun inkoopvolumes en voorraden verder te verlagen. Ondanks deze terughoudendheid nam de werkgelegenheid licht toe en verbeterde het vertrouwen in de vooruitzichten voor de komende twaalf maanden. De kostendruk liep echter stevig op door hogere prijzen voor grondstoffen, energie en lonen, waardoor ook verkoopprijzen sterker stegen. Het herstelbeeld blijft daarmee fragiel: groei is aanwezig, maar wordt vooral gedragen door bestaande orders en niet door een structureel aantrekkende vraag.
Veel werknemers zien AI als bedreiging
Een groeiend deel van de werkenden verwacht dat kunstmatige intelligentie impact heeft op hun baan. Volgens CBS-cijfers denkt 41 procent dat hun werk deels kan worden overgenomen door AI, terwijl 4 procent vreest volledige vervanging. Opvallend is dat mensen die al met AI werken deze impact vaker erkennen dan degenen zonder ervaring. Tegelijk verschillen de zorgen: vrouwen maken zich meer zorgen dan mannen, terwijl hogeropgeleiden vaker denken dat hun werk vervangbaar is, zonder dat zij zich per se meer zorgen maken. In de industrie liggen volgens ING nog kansen om AI breder toe te passen in de dagelijkse praktijk. Daarmee ontstaat een dubbel beeld: enerzijds groeit het besef van de impact van AI op werk, anderzijds benutten bedrijven de technologie nog onvoldoende om productiviteit en concurrentiekracht te versterken.
Voorzichtig herstel eurozone ingezet
De economie in de eurozone laat tekenen van herstel zien, met Duitsland als belangrijkste aanjager. De industriële inkoopmanagersindex staat voor de tweede keer sinds 2022 in de groeizone, waarbij ook onderliggende indicatoren zoals inkoopvolumes en productievooruitzichten verbeteren. Met name Duitse investeringen in infrastructuur en defensie geven de industrie een impuls en kunnen op korte termijn leiden tot bbp-groei. Tegelijk neemt de kostendruk weer toe, vooral door stijgende energieprijzen, die bedrijven deels doorberekenen aan klanten. Ondanks deze tegenwind overheerst voorzichtig optimisme: na een periode van stagnatie lijkt een bredere opleving mogelijk. De houdbaarheid van dit herstel blijft echter afhankelijk van externe factoren en de ontwikkeling van de vraag in de komende maanden.
Industrie benut AI-kansen onvoldoende
De Nederlandse industrie loopt achter bij de toepassing van AI, terwijl juist daar grote productiviteitswinst te behalen valt. Slechts één op de vijf bedrijven gebruikt actief artificiële intelligentie en de investeringen in software blijven achter bij zowel de totale industriële investeringsgroei als bij andere sectoren. De waarde van het softwarekapitaal in de industrie is de afgelopen vijf jaar zelfs gedaald. Volgens ING presteren bedrijven die AI wél inzetten aantoonbaar beter, maar blijft brede adoptie uit. Het grootste potentieel ligt niet in de productie zelf, maar in ondersteunende processen zoals planning, onderhoud en orderverwerking. Om concurrerend te blijven, moeten bedrijven gerichter investeren, klein beginnen en hun datahuishouding op orde brengen. Zonder versnelling dreigt de industrie achterop te raken bij een technologie die steeds bepalender wordt voor efficiëntie en concurrentiekracht.
Technieksector groeit, personeel blijft knelpunt
De Nederlandse technieksector blijft stevig groeien en realiseerde in 2024 een omzetstijging van 9 procent. De sector profiteert van grote maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie, netcongestie en waterbeheer, waardoor de groeiverwachtingen positief blijven. Tegelijk vormt het tekort aan technisch personeel de grootste rem op verdere ontwikkeling. Volgens Techniek Nederland is het aantrekken van jongeren en zij-instromers cruciaal om de groeipotentie te benutten. Innovaties zoals AI, robotisering en industrieel produceren kunnen helpen om de productiviteit te verhogen en routinetaken te verminderen, zodat vakmensen zich meer op specialistisch werk kunnen richten. Daarnaast zet de consolidatie in de sector door: een relatief kleine groep bedrijven vertegenwoordigt inmiddels een groot deel van de omzet. De vooruitzichten zijn daarmee gunstig, maar blijven sterk afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel.

Metaalindustrie noteert bescheiden groei
De Nederlandse metaalindustrie liet in het vierde kwartaal van 2025 een lichte omzetgroei van 0,7 procent zien, vooral dankzij een hogere afzet. Daarmee past de ontwikkeling in een breder beeld van beperkte groei: ook de totale industrie groeide slechts marginaal en over heel 2025 kwam de stijging uit op 0,8 procent. De buitenlandse omzet bleef daarbij vrijwel stabiel. De cijfers onderstrepen dat de industriële groei de afgelopen anderhalf jaar duidelijk is afgevlakt ten opzichte van eerdere perioden. Toch zijn de verwachtingen voorzichtig positief.
Bronnen: Eurofer, VNO-NCW, Noviostaal, CBS. BNR, Worldsteel, Fraunhofer, Nevi, ING, Techniek Nederland.


