Ruim 5 procent van de middelgrote en grote bedrijven in Nederland heeft in de periode 2021–2023 een deel van de activiteiten naar het buitenland verplaatst. Binnen de bedrijfstak Nijverheid en energie waren dat er 175. Het aandeel is vergelijkbaar met de voorgaande meetperiode, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuw onderzoek.

Belangrijkste drijfveren
Een ruime meerderheid noemde kostenbesparing als belangrijkste motief. Ook toegang tot nieuwe markten en focus op kernactiviteiten worden vaak genoemd. Factoren zoals milieubeleid, COVID-19 of sancties tegen Rusland speelden volgens bedrijven een veel kleinere rol.
Administratie en management en productie werden het vaakst naar het buitenland verplaatst. Ook engineering en R&D worden in een kleiner deel van de gevallen verplaatst. Deze verplaatsingen blijven meestal binnen Europa. In 68 procent van de gevallen is dit het geval. Andere populaire bestemmingen zijn Groot-Brittannië, India en Noord-Amerika.
Urgentie
De cijfers onderstrepen hoe kostendruk, personeelstekorten en strategische keuzes steeds vaker leiden tot verschuiving van activiteiten. Tegelijk groeit de urgentie om via digitalisering, procesinnovatie en ketensamenwerking de Europese maakindustrie concurrerend te houden.
In dit onderzoek gaat het om bedrijven die een deel van hun activiteiten naar het buitenland verhuisden. Bedrijven die volledig uit Nederland vertrokken, zijn niet in dit onderzoek meegenomen.

