Metaalunie: Orderportefeuille MKB-metaal verder afgenomen

Foto van: De redactie
Geschreven door De redactie

Uit de derde Koninklijke Metaalunie Economische Barometer van dit jaar, blijkt dat de orderpositie bij alle sectoren per saldo nog steeds afneemt. De afname is minder dramatisch dan in het tweede kwartaal. Vooruitkijkend naar het vierde kwartaal verwacht de sector nagenoeg een stabilisatie van de omzet, wel op een veel lager niveau dan een jaar geleden.

Metaalunie: Orderportefeuille MKB-metaal verder afgenomen

Bij een op de zeven bedrijven werkt minder mensen dan een kwartaal geleden. Daar staat tegenover dat nog steeds een kwart van de bedrijven opzoek is naar nieuw personeel. Ook dit kwartaal zijn het de metaalwaren- en de verspanende bedrijven die gemiddeld slechter presteren, terwijl de toeleveranciers aan de bouw en de onderhoudsbedrijven bovengemiddeld presteren.

Orderpositie binnenland

Aan het einde van het eerste kwartaal hadden de meeste bedrijven in het MKB-metaal nog maar weinig last van een daling van de orderportefeuille. In het tweede kwartaal werd duidelijk dat ook onze sector hard geraakt werd door het coronavirus. Meer dan de helft van de bedrijven gaf na het tweede kwartaal aan te maken te hebben met een afname van de orderportefeuille. Na het derde kwartaal is er nog steeds sprake van een afname, maar op een iets lager niveau. Nu geeft 42 procent van de respondenten aan te maken te hebben met een afname van de orderpositie, terwijl deze bij 21 procent is toegenomen ten opzichte van het vorige kwartaal.

De waardering van de binnenlandse orderpositie is iets afgenomen ten opzichte van het tweede kwartaal. Toen gaf per saldo vier procent van de respondenten aan ontevreden te zijn over de binnenlandse orderpositie. Aan het einde van het derde kwartaal is dit opgelopen tot per saldo negen procent. 21 procent is tevreden terwijl dertig procent ontevreden is, bij de rest (49%) is de waardering neutraal. Voor het vierde kwartaal van 2020 verwachten ongeveer evenveel ondernemers een toename van de binnenlandse orderpositie als dat er ondernemers zijn die een afname verwachten. 46 procent geeft aan in het vierde kwartaal een gelijkblijvende orderpositie te verwachten. Dit is een veel optimistische verwachting dan de twee voorliggende kwartalen. Toen verwachtte per saldo 64 procent en twaalf procent van de bedrijven een krimp van de binnenlandse orderpositie, terwijl dit nu twee procent is.

De gemiddelde orderportefeuille in weken is iets verder afgenomen ten opzichte van het tweede kwartaal. In het tweede kwartaal van 2020 was deze 7,8 weken en deze is aan het einde van het derde kwartaal afgenomen tot zeven weken.

Orderpositie buitenland

Van de respondenten geeft 49 procent aan te exporteren, veertien procent exporteert tot tien procent van hun omzet en 54 procent exporteert niet. Van de bedrijven die meer dan tien procent van hun omzet exporteert, is het exportaandeel gemiddeld 42 procent.

De antwoorden op de vragen over de buitenlandse orderpositie zijn minder negatief of zelfs positiever dan die over de binnenlandse orderpositie en zeker minder negatief dan een kwartaal geleden. Bijna veertig procent van de exporterende bedrijven geeft aan dat de orderportefeuille buitenland is afgenomen ten opzichte van een kwartaal eerder. Na het tweede kwartaal gold dit voor zestig procent van de exporterende bedrijven. Bij 23 procent van hen is de orderpositie buitenland toegenomen. Vergeleken met die van de binnenlandse orders is ook de waardering van de orderpositie buitenland minder negatief dan in het tweede kwartaal. 28 procent van de bedrijven is tevreden over de orderpositie buitenland, 36 procent is neutraal en 36 procent oordeelt negatief.

Over de ontwikkeling van de buitenlandse orderportefeuille voor het vierde kwartaal zijn meer bedrijven positief dan negatief. 28 procent van de exporterende bedrijven verwacht het komende kwartaal een verslechtering, terwijl 36 procent van hen een verbetering verwacht.

Verkoopprijzen

Uit de vorige Economische Barometer is gebleken dat de terugvallende orderpositie een uitwerking heeft op de prijsontwikkeling. Voor het eerst in vier jaar tijd hebben meer bedrijven de verkoopprijzen verlaagd dan bedrijven die de verkoopprijzen verhoogden. In het derde kwartaal is daar bijna geen verandering in gekomen. Vijf procent van de bedrijven heeft de verkoopprijzen in het tweede kwartaal verhoogd tegenover dertien procent die het verlaagde. Bij de overige 82 procent van de bedrijven zijn ze gelijk gebleven. Net als in het tweede kwartaal hebben relatief veel constructie- en lasbedrijven de verkoopprijzen verlaagd (23%).

Personeel – Bij de respondenten van deze Economische Barometer werken gemiddeld 17,3 mensen, 15,9 medewerkers met een vast contract en 1,4 met een flexibel contract. Veertien procent van de respondenten geeft aan dat zij aan het einde van het derde kwartaal minder vaste medewerkers in dienst heeft dan een kwartaal eerder. Dit was na afloop van het tweede kwartaal bij twintig procent. Van deze afname in het derde kwartaal is dit in ruim twintig procent van de gevallen gepaard gegaan met gedwongen ontslagen. Dit is bij bijna drie procent van alle respondenten. Bij acht procent van de bedrijven waren er meer vaste medewerkers in dienst dan drie maanden eerder. De afname van flexibel personeel is aanmerkelijk minder dan in het tweede kwartaal. Het aantal flexibele krachten is bij dertien procent van de bedrijven afgenomen (was 20%), terwijl dit bij negen procent van de bedrijven is toegenomen (was 5%).

Het aantal bedrijven dat vacatures heeft uitstaan, was in het eerste kwartaal van dit jaar veertig procent. In het tweede en derde kwartaal is dit ruim 25 procent van alle bedrijven. Gemiddeld heeft 27 procent van de bedrijven 1,9 vacatures openstaan. Afgezet tegen alle medewerkers hebben de respondenten gemiddeld voor 2,9 procent van het personeelsbestand aan vacatures openstaan. Ten opzichte van het afgelopen halfjaar verwachten ondernemers dat het moeilijk zal zijn de openstaande vacatures in te vullen.

Bedrijfsresultaat

De verdere afname van de orderportefeuille resulteert in een verdere afname van het bedrijfsresultaat. Net als bij de orderpositie geldt ook hierbij dat de afname minder hard gaat dan in het tweede kwartaal. 38 procent van de bedrijven geeft aan een slechter bedrijfsresultaat te hebben behaald (was 46%) dan een kwartaal eerder. Bij 21 procent van de bedrijven is dit juist toegenomen (was 15%).

De waardering van het bedrijfsresultaat is in het derde kwartaal nagenoeg hetzelfde als over het tweede kwartaal. 25 procent van de bedrijven is tevreden, terwijl 21 procent aangeeft ontevreden te zijn over het bedrijfsresultaat. De rest antwoordt neutraal. De verwachtingen voor het vierde kwartaal wat betreft het bedrijfsresultaat zijn bijna gelijk aan die van een kwartaal eerder. Vorig kwartaal gaf per saldo vier procent van de respondenten aan een slechter bedrijfsresultaat te verwachten, nu geeft per saldo een procent van hen aan een beter resultaat te verwachten. Ook de ontwikkeling van de winst komt overeen met die van het tweede kwartaal. De helft van de bedrijven maakt winst, dertig procent draait break-even en twintig procent maakt verlies.

Investeringen in het machinepark

Na het eerste kwartaal van 2020 gaf per saldo nog zestig procent van de bedrijven aan dat zij het komende halfjaar minder zal investeren in machines. Na het tweede en nu het derde kwartaal is dit afgenomen tot per saldo 33 procent.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *