Erik Zandvoort bouwt levensgrote schaalmodellen van pre-war iconen

Foto van: Kasper Weigand
Geschreven door Kasper Weigand

Erik Zandvoort uit Rijssen bouwt pre-war raceauto’s op circa 75 procent van de originele schaal. Geen kits, geen prefab onderdelen, maar volledig eigenhandig gevormd plaatwerk. Voor plaatsgenoot Voortman Steel Machinery leverde hij vorig jaar een Spitfire op. Dit, hoewel op schaal, nog steeds gigantische model, hangt nu binnenin het hoofdgebouw van de machinebouwer. Wat voor Zandvoort begon als bezigheidstherapie, groeide uit tot een onderscheidende niche in de maakindustrie.

Erik Zandvoort in zijn werkplaats in Rijssen. (Foto’s: Kasper Weigand)

In 2015 liep Zandvoort vast. Na 8 jaar zelfstandig ondernemerschap viel hij stil. ‘Ik kon echt helemaal niks meer. Altijd druk, altijd bezig, en ineens was het op. Hij ging terug naar iets fundamenteels: maken. Zoals vroeger in de schuur bij zijn ouders. Radio aan, straalkacheltje erbij, met voor zich een houten plaat op de werkbank

Zijn inspiratie lag bij de pre-war racers uit de jaren ‘30. Zonder enige ervaring in plaatwerk en vooral niet met een commerciële ambitie, puur om weer iets met zijn handen te doen, ging hij aan de slag. Het eerste exemplaar zette hij uiteindelijk op Marktplaats, zonder al te veel verwachtingen. Maar binnen een half uur was er serieuze interesse. Via dat contact ontdekte hij de wereld van ‘junior cars’: high-end schaalmodellen voor verzamelaars.

Een volledig met de hand gevormde aluminium carrosserie.

Modellen van tienduizenden euro’s, vaak uitgevoerd in hout of kunststof. Zandvoort realiseerde zich dat zijn volledig met de hand gevormde aluminium carrosserie zich in een ander segment bevond. Niet dat van speelgoed, maar dichter bij restauratie-ambacht en metaalbewerking.

Een markt voor verzamelaars

Zandvoort opereert in een wereld van verzamelaars en liefhebbers van vooroorlogse techniek. Evenementen als Goodwood Revival in Engeland vormen het internationale podium. Daar ontmoeten bouwers en verzamelaars elkaar; auto’s met miljoenenwaarde staan er naast nieuwe interpretaties van klassiekers. Zijn modellen passen daar prima tussen. Inmiddels zijn er acht exemplaren gebouwd of in productie. Bewust bouwt hij onder eigen naam. ‘Ik noem het geen Austin. Ik bouw in die stijl, maar het is een Zandvoort. Belangrijker is zijn positionering als maker met een eigen gedetailleerd signatuur.

Spitfire

De Spitfire die hij bouwde voor Voortman vormt het technisch meest uitdagende project tot nu toe. Het idee ontstond vanuit een interieurvraag, een technisch statement voor het bedrijfspand. Waar eerst werd gedacht aan een raketachtig object, viel uiteindelijk de keuze op een Spitfire. Zandvoort pakte het grondig aan. Hij benaderde musea en kwam via oud-monteur Harry van der Meer terecht bij het vliegtuigmuseum Aviodrome, waar hij een originele Spitfire kon laten 3D-scannen. De digitale scan werd volledig teruggeschaald naar circa 75 procent. Vanuit dat model reconstrueerde hij de basis: hoofdbalk, datumlijn, posities van panelen en bevestigingspunten. Omdat het toestel opgehangen moest worden, integreerde hij direct de benodigde ophangconstructies in het ontwerp.

Naast de scan gebruikte hij boeken en een andere Spitfire als referentie, de ‘Silver Spitfire’ die volledig gerestaureerd in 2019 de wereld rond vloog. Jack van Egmond van Egmond Vintage Wings hielp ook mee met vragen over details en het bekleden van de roerdelen in linnen.

Zo bepaalde Zandvoort onder meer de exacte klinknagelafstanden. ‘De datumlijn is cruciaal. Vanaf daar bepaal je alle posities van panelen en overlappingen.’ Het uitzoekwerk vormt volgens hem het grootste deel van het project. ‘Je moet van A tot Z begrijpen hoe het origineel in elkaar zit.’

Nauwkeurigheid

Na het onderzoek volgde de engineering. Zandvoort tekende elk paneel uit, inclusief alle gaatjes en overlengte. Die overlengte is essentieel om tijdens het passen nog correcties te kunnen uitvoeren. Het plaatwerk liet hij lasersnijden, grotendeels bij één vaste leverancier. ‘Zo wist ik zeker dat het materiaal identiek was en ik geen kleurverschillen zou krijgen in het aluminium.’ Cruciaal voor een object dat blank blijft. Het snijwerk vanuit de scan fungeert als controle-instrument. Uitstootpuntjes, kleine bollingen of sleuven geven informatie over de vorm. Soms blijkt een ogenschijnlijk detail de positie van een klep of canopy-rail te markeren. Door panelen voor te houden en millimeter voor millimeter te controleren, verifieerde hij de geometrie. ‘Nauwkeurigheid zit in de voorbereiding. Als je het daar goed doet, hoef je later niet te corrigeren.’

English wheel en zandzak

Waar het digitale deel stopt, begint het ambacht. Zandvoort werkt met een relatief eenvoudige English wheel, een zandzak en een hamer. Eerst wordt het paneel op de zandzak in globale vorm geklopt. Door gericht te krimpen of te trekken ontstaat de gewenste ronding. Daarna wordt het oppervlak met het Engelse wiel strak gerold.

Het paneel wordt op de zandzak in globale vorm geklopt.

De motorkap van de Spitfire was het meest complexe onderdeel. Meerdere samengestelde rondingen en segmenten komen daar samen. ‘Soms ben je net iets te ver en moet je opnieuw beginnen. Je leert hoe het aluminium reageert.’ Het tempo verschilt fundamenteel van seriematige productie. ‘Soms werk je een hele dag aan een paar millimeter. Je moet rustig blijven.’

Assemblage

De Spitfire is grotendeels opgebouwd met klinknagels, conform de oorspronkelijke bouwmethode. Alleen de hoofdbalk en enkele structurele punten zijn gelast. De rest is optisch natuurgetrouw. Duizenden gaatjes zijn met de hand geboord. Achterplaten en bevestigingspunten zijn zorgvuldig voorbereid, deels met hulp van zijn vader, die meerdere dagen per week meewerkt in de werkplaats. De beperkte ruimte vormt een extra uitdaging. De vleugels passen net in de hal; het staartstuk moest worden verwijderd om verder te kunnen werken, wat juist ook kon aangezien in het echt daar ook een deling zit.

Zo hangt de Spitfire in het pand van Voortman Steel Machinery in Rijssen.

In totaal duurde het project circa tweeënhalf jaar. Heel lang voor een project in de maakindustrie, maar in de restauratiewereld geldt dat als snel.

Ambacht en technologie

De combinatie van moderne technieken en traditioneel handwerk werkt goed voor Zandvoort. De 3D-scan en het lasersnijden vormen de basis, maar de uiteindelijke kwaliteit ontstaat in het vormen, passen en afwerken. Inmiddels bouwt Zandvoort aan meerdere auto’s en groeit zijn naam in het internationale verzamelaarscircuit. Toch bewaakt hij bewust zijn schaalgrootte. Hij is er niet op uit groter te worden. ‘Als ik maar creatief bezig kan zijn. De auto’s zijn heel erg mooi om aan te werken, maar als iemand op zoek is naar iets anders bijzonders, is daar zeker mogelijk om samen naar te kijken. Ik had van tevoren ook nooit gedacht dat ik een vliegtuig zou bouwen’, zegt hij. Zijn allergrootste droom is misschien wel om zijn eigen Zandvoort te bouwen, een echte auto, op normaal formaat, waar hij helemaal in design en details op los kan gaan.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *