Eerst de software, dan de machine

Foto van: Liam van Koert
Geplaatst door Liam van Koert

Draline voegde onlangs een Matec 30 HV toe aan haar machinepark. Met deze bedfreesbank kan de precisieverspaner uit Nederweert ook grotere werkstukken in minder opspanningen bewerken. Dankzij eerdere investeringen in nieuwe ERP- en CAM-software kon de nieuwe aanwinst vanaf de eerste order volledig aan de slag.

Eerst de software, dan de machine
Het TopSolid Cam-pakket is geüpgraded naar versie 7. (Foto: Liam van Koert)

Mark Linders, directeur Draline timmert als precisieverspaner al heel wat jaartjes aan de weg als ketenregisseur in de maakindustrie. ‘Hoewel we hier voornamelijk CNC-machines op de werkvloer hebben staan, doen we veel meer dan alleen verspanen. Wil je in deze tijd echte waarde toevoegen voor je klanten, dan zijn die gebaat bij een fullservice maakpartner. In ons geval houdt dat draaien en frezen in, maar ook co-engineering, het samenstellen van fijnmechanische modules en het goed verzorgen van de uitbestede werkzaamheden.’

Kwaliteit borgen

Dat laatste is volgens Linders minstens zo belangrijk als de dingen die ze in eigen huis doen. Elke processtap heeft namelijk invloed op de kwaliteit. En wie kwaliteit wil garanderen moet ook verstand hebben van de dingen die elders worden neergelegd. ‘De specificaties van de producten zijn dermate hoog dat alles invloed op elkaar heeft. Dan kan je niets zomaar even over de schutting gooien en hopen dat het goed komt, maar past een procesmatige aanpak met zorgvuldig geselecteerde toeleverpartners.’ Leggen we de klemtoon vervolgens op de tweede lettergreep van kwaliteit, dan blijkt Draline ook daar zijn naam als ketenregisseur waar te maken. ‘Ook de logistiek rondom klantleveringen begeleiden we. Daar ontkom je niet aan als je aan sectoren als de lucht- en ruimtevaart of andere hightech industrieën wilt leveren.’

Eerst de software, dan de machine
De whiteroom van Draline. (Foto: Liam van Koert)

Met de tijd mee

Rome is niet in een dag gebouwd en dat geldt ook voor Draline. Als familiebedrijf weet Linders zich nog goed te herinneren hoe anders de verspaningswereld eruit zag toen hij het stokje in 2004 van zijn ouders overnam. ‘Al voor de millenniumwisseling werd er hier volop gedraaid, gefreesd en gemonteerd en ook toen werden er diverse processtappen als anodiseren en lakken uitbesteed. Alles ging echter via de papieren pakbon, wat niet de meest waterdichte kwaliteitswaarborging bood. Naarmate de producten steeds complexer en preciezer werden en daarmee ook het aantal uitbestede activiteiten groeide – dit betreft tegenwoordig twee derde van alle handelingen – groeide de noodzaak om hier meer grip op te krijgen. Kom je er namelijk tijdens de montage of verlijming pas achter dat iets niet klopt, dan gooi je veel waarde weg. Even voor de beeldvorming: sommige onderdelen waarmee we werken wegen minder dan de pakbon die vroeger uit de printer kwam rollen en worden dan ook in whiteroomcondities verwerkt. Maar natuurlijk kunnen ook bij de grofmontage grove fouten aan het licht komen. Wil je dit voorkomen dan moet je vooraan in de keten gaan meedoen. Al vanaf de engineeringfase meedenken en praten. Je toeleverpartners zorgvuldig kiezen en de tools in huis halen om alle processtappen zo goed mogelijk te faciliteren en begeleiden. Zonder lukt het je nooit hoogwaardige eindproducten just-in-time te leveren.’

Eerst de software, dan de machine
Mark Linders voor de onlangs aangeschafte Matec 30 HV. (Foto: Liam van Koert)

Eerst digitaliseren

Een deel van die gereedschappen bevinden zich in het fysieke domein. Naast een productievloer met twaalf bewerkingsmachines, waaronder een onlangs aangeschafte Matec, hebben we het dan ook over grof- en fijnwasmachines, een ultrasoon reiniger. En rotorfinishapparatuur voor ontbramen. Daarnaast een goed uitgeruste meetkamer. Maar een minstens zo belangrijk hulpmiddel is de software. Niet alleen is dit ‘de lijm’ die de engineering, de productievloer en logistieke keten verbindt, ook is het de software die zorgt dat iedereen weet wat de kwaliteitseisen ten aanzien van productspecificaties en leveringsomvang zijn. Linders: ‘We hebben hier de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in nieuwe software. Zo heeft de implementatie van Ridder IQ – ons ERP-systeem – ons de kans gegeven onze processen nog eens goed onder de loep te nemen en opnieuw in te richten. Daar op aansluitend hebben we ons TopSolid Cam-pakket geüpgraded naar versie 7. Er is nog wel papier op de werkvloer, maar digitaal is tegenwoordig ook daar leidend. Dit maakt niet alleen het samenwerken in de keten eenduidig, het is ook een voorwaarde als je automatisch storingsvrij je machinepark wil kunnen aansturen. Wil je in de nacht zonder stilstand kunnen doordraaien dan is een robuuste infrastructuur belangrijker dan je cyclustijden. Bij de Matec is het trouwens bijzonder dat dit ook de eerst machine is waar het papier helemaal achterwege wordt gelaten.’

Dan integreren

Nu kan je een hoop machines en meetapparatuur kopen en dit vervolgens met uitgekiende software aan elkaar lijmen. Volgens Linders is dit echter precies de verkeerde volgorde. Het is verstandiger om eerst de digitale infrastructuur te bouwen die de benodigde processen faciliteren en dan pas de hardware te koppelen. In dat geval kan je zelfs een mechanisch in perfecte staat verkerende tweedehands Matec tot volwaardig automatische kracht van het machinepark maken. Linders: ‘Vroeger volgde eerst de mechanica, dan de elektronica en aan het eind van de rit kwam de software erbij. Bij een meer mechatronische benadering van machinebouw die twintig jaar geleden in opkomst was, liepen deze zaken steeds meer parallel. Tegenwoordig zie dat het oude beeld juist gekanteld is. Je ontwikkelt eerst de wiskunde, dan de software en dan pas de elektronica en mechanica. In ons geval waren we al even op zoek naar een grotere freesmachine, omdat het systeem dat we zelf hadden ontwikkelt voor grotere werkstukken was gebaseerd op het telkens doorschuiven van het werkstuk niet meer voldeed. Je wil uiteindelijk zo min mogelijk opspanningen. We vonden een Matec 30 HV die qua geometrie in nieuwstaat was en dus geen omkeerspelingsafwijkingen in de spillen vertoonde. We hebben hem helemaal gedigitaliseerd en met twee extra schermen uitgerust, maar pas in gebruik genomen toen we de postprocessor en de orderflow op orde hadden. Dus vanaf de eerste spaan draaide hij volautomatisch vanuit het CAD/CAM-systeem. Wanneer we dat andersom hadden aangepakt had ons dat veel meer tijd gekost.’

Eerst de software, dan de machine
Lijmkamers (Foto: Liam van Koert)

Nieuwe standaarden en toekomst

Of de digitaliseringsklus daarmee geklaard is? Wat Linders betreft ben je daar nooit mee klaar. Enerzijds ligt er met de nieuwe infrastructuur nu ook de kans om het gereedschapsmagazijn volledig te automatiseren. Bovendien zijn er nieuwe standaarden in ontwikkeling die te veelbelovend zijn om niet mee aan de slag te gaan. ‘Een van de volgende stappen die we willen zetten is ons voorbereiden op Model Based Definition. Steeds meer klanten zetten namelijk de eerste stappen om alle maakinformatie niet meer in de tekening op te nemen, maar rechtstreeks in hun CAD-model te integreren. Zij kunnen dit vervolgens exporteren in het STEP 242 formaat, wat wij rechtstreeks zouden kunnen inlezen om ons machinepark mee aan te sturen. Een andere veelbelovende standaard is SCSN. Hiermee kunnen samenwerkende bedrijven hun ERP-systeem aan hetzelfde netwerk koppelen zodat zij hun capaciteit kunnen delen. Voor aanvragen door klanten kan op basis van beschikbaarheid en kostprijs de order automatisch bij de meest geschikte machine terecht komen. Ik zeg expres meest geschikt in plaats van voordelig. Want één van de risico’s is natuurlijk wel dat er een race naar de bodem ontstaat. En daar doen wij als Draline niet aan mee. Kwaliteit staat voorop en dat zal ook in de toekomst zo blijven.’