Nevi PMI: Sterke start tweede helft 2026

Foto van: De redactie
Geschreven door De redactie

De Nederlandse productiesector begon de tweede helft van het jaar sterk met een van de grootste verbeteringen van de bedrijfsomstandigheden in vier jaar. De productieomvang nam in de grootste mate toe sinds begin 2022.

Tags:
Foto: Sam Moghadam / Unsplash

De hogere productievereisten en een aanhoudende toename van het aantal nieuwe orders leidden tot een uitbreiding van de inkoopactiviteiten, al was er wederom sprake van een kleinere materiaalvoorraad. Het conflict in het Midden-Oosten verstoorde opnieuw de toeleveringsketens en zette de kosten verder onder druk, maar in beide gevallen was het effect hiervan minder groot dan vorige maand. Het ondernemersvertrouwen herstelde zich ondertussen en bereikte een niveau boven het onderzoeksgemiddelde.

De Nevi PMI® voor de Nederlandse productiesector is een samengestelde indicator die met één cijfer de stand van zaken in de productiesector weergeeft en is samengesteld op basis van indicatoren voor nieuwe orders, productieomvang, werkgelegenheid, levertijden en voorraad ingekochte materialen.

De PMI-hoofdindex van 54.4 bleef voor de veertiende achtereenvolgende maand boven de geen-veranderingsgrens van 50.0, wat wijst op een verdere duidelijke verbetering van de bedrijfsomstandigheden. Hoewel de index ten opzichte van de 55.5 van juni naar het laagste niveau daalde in drie maanden, was dit nog steeds het op twee na hoogste cijfer van de afgelopen vier jaar.

Toegenomen productievolume

De productieomvang leverde de enige positieve bijdrage aan de index, maar dit werd afgezwakt door een kleinere stijging van het aantal ontvangen nieuwe orders, een nieuwe daling van de materiaalvoorraad en minder druk op de toeleveringsketens.
Het productievolume nam in de grootste mate toe sinds februari 2022. Bij meer dan een kwart (27%) van de bedrijven was er sprake van een productiestijging, vergeleken met veertien procent die een daling noteerde.

De productie werd in juli ondersteund door een aanhoudende stijging van het aantal nieuwe orders. Dit werd door de panelleden toegeschreven aan de grotere vraag naar in Nederland geproduceerde artikelen, alsmede een toename van het aantal aanvragen van klanten en het aantal nieuwe projecten. Hoewel het groeitempo afnam naar het laagste niveau in drie maanden, lag dit nog steeds boven het onderzoeksgemiddelde. De stijging van het aantal nieuwe exportorders was eveneens minder groot en bleef achter bij die van het totale aantal nieuwe orders.

Door de grotere behoefte aan materialen verhoogden de fabrikanten hun inkoopactiviteiten fors in juli. Deze groei was echter de kleinste in drie maanden. De bedrijven maakten daarom waar nodig gebruik van de bestaande voorraad, waardoor de voorraad ingekochte materialen voor de eerste keer in vier maanden daalde.

Midden-Oosten

De fabrikanten gaven ook aan dat er sprake was van materiaaltekorten, wat deels voortkwam uit verstoringen van de toeleveringsketens door het conflict in het Midden-Oosten. De gemiddelde levertijden voor materialen waren opnieuw aanzienlijk langer, zij het in mindere mate dan in het tweede kwartaal. Er werd bovendien melding gemaakt van opstoppingen in havens en vertragingen in de scheepvaart.

De verstoringen in de toeleveringsketens droegen bij aan een verdere stijging van de inkoopkosten. De respondenten noteerden hogere kosten voor brandstof, energie, olie, transport, grondstoffen en lonen. Zowel de inkoop- als de verkoopprijsinflatie bleven fors, maar daalden wel naar het laagste niveau in vier maanden. De stijging van de inkoopkosten was opnieuw duidelijk groter dan die van de verkoopprijzen.

Voor de derde achtereenvolgende maand en pas voor de vierde keer in vier jaar was er bij de Nederlandse productiebedrijven sprake van een stijging van de hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk. De toename van de achterstanden bleef echter bescheiden.

De Nederlandse goederenproducenten bleven gestaag personeel aannemen om de toenemende druk op de capaciteit te verlichten en de groeiplannen te ondersteunen. Net als in juni, was deze laatste stijging van de werkgelegenheid de grootste in tien maanden, al bleef de toename per saldo gering.

De Nederlandse producenten bleven positief over de productievooruitzichten voor de komende twaalf maanden. Het ondernemersvertrouwen herstelde zich tot een niveau dat boven het onderzoeksgemiddelde lag en de bedrijven hoopten op een verbetering van de vraag en van het economische klimaat. Sommige panelleden maakten ook melding van groeiplannen en plannen om de productie te verhogen.

AI zweept groei verder op

Albert Jan Swart, sectoreconoom Industrie bij ABN AMRO: ‘De productie van de Nederlandse industrie groeide in juli in het hoogste tempo sinds het begin van de Russische invasie van Oekraïne eind februari 2022. Voor de derde maand op rij groeide de hoeveelheid openstaande orders, een teken dat de industrie de snel groeiende vraag van de afgelopen maanden niet bij kan benen, mede door personeelstekorten.’

‘De groei van de Nederlandse industrie wordt vermoedelijk in belangrijke mate gedreven door investeringen in datacenters voor AI-toepassingen. Uit een analyse van S&P Global blijkt dat de export van Taiwan, chipland bij uitstek, het snelst toeneemt. Dit dankzij de sterk groeiende vraag naar geavanceerde chips voor datacenters, met name uit de Verenigde Staten (VS). Nederland is met onder andere chipmachinefabrikant ASML een belangrijke toeleverancier van de mondiale chipindustrie, waarvan het Taiwanese TSMC marktleider is. De voor Nederland belangrijke machine-industrie groeit de laatste maanden met dubbele cijfers ten opzichte van 2025, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De sterke groei is waarschijnlijk vooral het gevolg van de explosief groeiende vraag naar AI-infrastructuur.’

‘Nederland kent honderden industriële bedrijven die onderdelen toeleveren aan ASML. Een deel van de toeleveringsketen wordt momenteel verplaatst naar Azië, met name voor de oudere generaties ‘deep ultraviolet’ (DUV) chipmachines. De Nederlandse industrie profiteert vermoedelijk vooral van de sterk groeiende vraag naar de nieuwste ASML-machines die gebruik maken van zogenoemde ‘extreme ultraviolet’ (EUV) lithografie.’

Zorgen over chiptekorten

Swart vervolgt: ‘Uit gesprekken met ondernemers blijkt dat velen zich zorgen maken over schaarste aan halfgeleiders en andere elektronische componenten. Volgens cijfers van S&P Global stijgen de prijzen van halfgeleiders in hoog tempo. Alleen tijdens de coronapandemie stegen de prijzen van chips nog sneller. Dit leidt vermoedelijk bij veel Nederlandse ondernemingen tot een hogere behoefte aan werkkapitaal, bijvoorbeeld in de machine-industrie en in de elektrotechnische industrie. De huidige schaarste is vergelijkbaar met de chiptekorten rond 2019, toen handelsoorlogen tussen enerzijds de VS en China en anderzijds Japan en Zuid-Korea leidden tot hamstergedrag uit vrees voor handelsrestricties. Alleen tijdens de coronapandemie was de situatie nog ernstiger, toen toeleveringsketens sterk ontregeld waren door lockdowns en sterk toegenomen vraag naar elektronica, zo blijkt uit cijfers van S&P Global.’

Iran-oorlog blijft voor chaos zorgen

Swart besluit: ‘Intussen blijft de Iran-oorlog voor chaos zorgen, vooral doordat de wapenstilstand die de VS en Iran in juni sloten een kort leven beschoren bleek. Nu de Houthi-rebellen uit Jemen zich eveneens in de strijd hebben gemengd, zijn de risico’s voor de olie- en gasmarkt opnieuw toegenomen. In Nederland hebben de chemische industrie en vooral de aardolie-industrie in het voorjaar geprofiteerd van de ontregeling van mondiale productieketens. De sluiting van de Straat van Hormuz heeft geleid tot schaarste aan brandstoffen en chemische producten zoals verf, waar bijvoorbeeld fabrikanten in en rond de Rotterdamse haven van profiteren. De voortdurende oorlog veroorzaakt echter ook onzekerheid, bijvoorbeeld wat betreft de vraag naar machines, een belangrijk exportproduct van de Nederlandse industrie. Ook de vraag naar Duitse auto’s, waarvoor de Nederlandse industrie veel onderdelen levert, zou onder druk kunnen komen.’

‘Ondanks de oorlog in het Midden-Oosten blijft het beeld voor de Nederlandse industrie overwegend positief. Naar verwachting kunnen de inkoopprijzen sterk blijven stijgen door de schaarste aan chemische producten, halfgeleiders en andere elektronische componenten, maar dankzij de sterke vraag zijn de meeste Nederlandse ondernemingen vermoedelijk goed in staat de gestegen kosten door te berekenen.’

Tags:

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *