De Europese staalmarkt gaat februari in met een duidelijk steviger fundament dan enkele maanden geleden. Waar in het najaar nog sprake was van druk op staalprijzen en terughoudend koopgedrag, lijkt de onderkant inmiddels gevonden. Warmgewalste coils bewegen rond hogere niveaus, staalfabrieken houden nadrukkelijker vast aan hun offertes en alternatieven buiten Europa worden minder vanzelfsprekend. Dat blijkt uit het nieuwe Staaljournaal van Noviostaal.

Prijsniveau verstevigt, maar zonder duidelijke volumetoename
In West-Europa worden warmgewalste coils momenteel gekocht tegen basisprijzen van € 660 – 680 per ton af fabriek. Italië beweegt op vergelijkbare niveaus, met indicaties richting € 680 geleverd en in sommige gevallen zelfs daarboven. Daarmee ligt het prijsniveau duidelijk hoger dan in oktober, toen orders nog werden afgesloten rond € 600 – 630 per ton. In juli lagen de basisprijzen zelfs nog lager, op ca. € 560 – 590 per ton, waarmee de markt sindsdien een duidelijke stap omhoog heeft gezet.
De huidige beweging is geen plotselinge sprong, maar een gefaseerde herpositionering van het prijsniveau. Eerst volgden prijsinitiatieven van grote staalfabrieken. Vervolgens werden de geldigheidsduren van offertes verkort en kortingen teruggebracht. Inmiddels trekken meerdere staalfabrieken hun aanbiedingen tijdelijk in en worden zij in de komende weken terugverwacht met richtprijzen richting € 700 per ton. Levertijden lopen op en walsprogramma’s zijn bij diverse staalfabrieken goed gevuld. Het marktbeeld is daarmee duidelijk veranderd.
Opvallend is dat de weerstand tegen deze prijsstappen beperkt blijft. De prijsdiscussie is minder fel dan in eerdere fases, wat suggereert dat het hogere basisniveau in de markt in toenemende mate wordt geaccepteerd. Het gaat daarbij niet om een vraaggedreven stijging, maar om een gecontroleerde herpositionering van het prijsniveau door staalfabrieken, waarbij een belangrijk deel van de aangekondigde verhogingen inmiddels in transacties is verankerd.
Ook bij koudgewalste coils en Sendzimir verzinkte coils worden hogere prijsniveaus zichtbaar. Basisprijzen rond € 800 per ton zijn inmiddels geen uitzondering meer. De Europese capaciteit, zeker voor deze staalsoorten, wordt beperkter nu meer afnemers hun volumes weer binnen Europa inkopen. Import, inclusief CBAM en antidumping, biedt daardoor nauwelijks nog een wezenlijk prijsvoordeel.
In Duitsland is ook de markt voor kwarto platen verder opgelopen richting € 730 – 750 per ton af fabriek, terwijl staalfabrieken hogere aanbiedingsniveaus voorbereiden. Tegelijkertijd blijft een volumegolf uit. Servicecenters en eindgebruikers kopen hoofdzakelijk op behoefte. De staalmarkt bevindt zich momenteel in een overgangsfase binnen de keten. Sommige leveranciers rekenen met vervangingswaarde, terwijl anderen nog verkopen vanuit eerder ingekochte volumes. Dat leidt tijdelijk tot grotere prijsverschillen dan gebruikelijk en tot herschikking van orders. Voor handelaren ontstaat daarmee ruimte, maar ook complexiteit. Deze fase houdt doorgaans aan zolang de markt zoekt naar een nieuw stabiel referentieniveau.
Wat eveneens opvalt, is de rust aan de onderkant. Er worden nauwelijks nog agressieve tegenbiedingen gehoord die het prijsniveau structureel onder druk zetten. Zelfs wanneer individuele leveranciers nog lagere niveaus aanbieden, worden deze volumes relatief snel opgenomen. Dit wijst erop dat het risico op verdere stijging serieuzer wordt ingeschat dan het risico op een snelle correctie.
Europa scherpt het handelskader aan
Naast de fysieke marktbewegingen verandert ook het structurele kader waarin staal wordt verhandeld. De handelscommissie van het Europees Parlement heeft ingestemd met een opvolger van de huidige beschermingsmaatregelen, de zogeheten Safeguards. De voorgestelde jaarlijkse tariefvrije import wordt teruggebracht tot circa 18,3 miljoen ton, aanzienlijk lager dan in 2024. Boven dit volume zou een heffing van 50% gelden.
Deze verlaging betekent in de praktijk een aanzienlijke inperking van het beschikbare externe aanbod. Zeker wanneer boven het quotum een heffing van 50% wordt toegepast, verandert het risicoprofiel van importcontracten fundamenteel. Voor veel servicecenters wordt het aantrekkelijker om dichter bij huis te kopen, zelfs wanneer het prijsverschil beperkt is.
Daarnaast wordt gesproken over uitbreiding van de maatregelen richting staalhoudende eindproducten. Ook blijft onduidelijkheid bestaan rond de positie van Russische brammen binnen het quotaregime. Nieuwe sanctiepakketten en aangescherpte herkomstregels versterken het beeld van een markt die zich verder afschermt. Daarmee neemt Europa verder afstand van een periode waarin ruime en relatief goedkope import structureel prijsdruk uitoefende op de markt.
CBAM speelt hierin een centrale rol. Hoewel de directe kosten per zending verschillen en verificatieprocedures nog onderwerp van discussie zijn, beïnvloedt het mechanisme het koopgedrag zichtbaar. Kopers worden terughoudender bij lange importcontracten en geven steeds vaker de voorkeur aan Europees materiaal om risico’s te beperken. De vertraagde benutting van importquota in het eerste kwartaal onderstreept deze terughoudendheid. Tegelijkertijd wordt op politiek niveau gesproken over mogelijke aanpassingen aan het Europese emissie handelssysteem (ETS) en de praktische uitvoering van CBAM.
Ook internationaal is een vergelijkbare ontwikkeling zichtbaar. In de Verenigde Staten en Zuid-Amerika klinkt de roep om strengere importbescherming luider. Handelsstromen verschuiven en protectionisme wordt normaler. Voor Europa betekent dit dat het concurrentiekader structureel verandert. De mate waarin Europa zijn markt beschermt, zal bepalen hoe groot de externe druk in de tweede helft van het jaar wordt.
Economisch beeld blijft gemengd
Tegenover deze versteviging staat een broos economisch beeld. Duitsland heeft de groeiverwachting voor 2026 verlaagd naar circa 1%. De staalproductie in 2025 kwam uit op 34 miljoen ton, het laagste niveau sinds 2009. De binnenlandse vraag blijft zwak en energieprijzen drukken op de concurrentiepositie van energie-intensieve staalfabrieken.
Tegelijkertijd zijn er stabiliserende signalen. De Europese automarkt groeide in 2025 licht, met een duidelijke toename van elektrische voertuigen. Nieuwe handelsakkoorden met India en het Zuid-Amerikaanse handelsblok Mercosur kunnen op middellange termijn extra exportkansen bieden voor voertuigen, machines en onderdelen, en daarmee indirect voor staal.
Wereldwijd presteren platte staalproducten, zoals warmgewalste coils en plaat, momenteel beter dan lange staalproducten zoals betonstaal en walsdraad. Betonstaal staat onder druk door zwakke bouwactiviteit, terwijl warmgewalste coils profiteren van industriële segmenten en handelsbeperkingen. In China bleef de autoproductie sterk, wat bijdraagt aan de mondiale vraag naar platte staalproducten.
Voor Europa wordt het huidige prijsherstel vooral gedragen door terughoudend aanbod van staalfabrieken en een aangescherpt handelskader, niet door een duidelijke toename van de vraag. De markt is stabieler dan enkele maanden geleden, maar nog niet breed gedragen door volumegroei.
Verwachting
Met meerdere staalfabrieken die zich tijdelijk uit de markt hebben teruggetrokken en terugkeer rond € 700 per ton in het vooruitzicht stellen, verschuift het referentieniveau zichtbaar. Het initiatief ligt weer nadrukkelijker bij de staalfabrieken dan in het najaar. Zolang de importrem intact blijft, quota niet volledig worden benut en de vraag niet terugvalt, lijkt een consolidatie boven € 650 per ton het meest waarschijnlijk. Niet iedere prijsstap zal volledig worden gerealiseerd, maar een belangrijk deel van de verhogingen is inmiddels verankerd in transacties.
De komende maanden worden bepalend voor de houdbaarheid van dit niveau. Wanneer de industriële vraag voorzichtig aantrekt, kan het prijsbeeld verder verstevigen richting het voorjaar.
ArcelorMittal
De voormalige eigenaar van Acciaierie d’Italia, ArcelorMittal, wijst de Italiaanse claims rond het voormalige Ilva van de hand. Volgens de aanklacht zou de staalproducent verantwoordelijk zijn voor wanbeleid met een schadeclaim van ca. € 7 miljard. ArcelorMittal ontkent dit en stelt ca. € 2 miljard te hebben geïnvesteerd in de herstructurering van ADI.
De staalfabriek stelt dat de Italiaanse overheid afspraken heeft geschonden door wettelijke garanties in te trekken, wat leidde tot het beëindigen van de leaseovereenkomst. ArcelorMittal heeft zelf schadeclaims ingediend en een internationale arbitrageprocedure opgestart.
Daarnaast bevestigt het bedrijf de bouw van een nieuwe elektrische hoogoven in Duinkerken, met een investering van € 1,3 miljard, gepland voor 2029. De EAF-installatie krijgt een capaciteit van ca. 2 miljoen ton per jaar en moet de CO2-uitstoot verlagen. De investering wordt ondersteund door Franse staatssteun, Europese importmaatregelen en de verdere invoering van CBAM.
Acciaierie d’Italia (ADI)
De Europese Commissie heeft een noodlening van maximaal € 390 miljoen goedgekeurd voor Acciaierie d’Italia, dat zich in een insolventieprocedure bevindt. De lening dekt zes maanden operationele kosten, waaronder lonen en betalingen aan leveranciers, tegen marktconforme rente. Daarna moet een herstructurerings- of liquidatieplan worden ingediend.
De steun kan tevens de lopende overnamegesprekken met de Amerikaanse Flacks Group ondersteunen, die de productie in het eerste jaar wil verhogen naar ca. 4 miljoen ton. Liberty Steel
De Roemeense staalfabriek Liberty Galati wordt op 12 maart geveild, nadat de rechtbank het herstructureringsplan heeft goedgekeurd. De vraagprijs bedraagt ca. € 690 miljoen. Volgens lokale berichtgeving hebben 13 partijen interesse getoond.
De fabriek, met een capaciteit van ca. 3 miljoen ton per jaar, ligt sinds juni stil na een mislukte herstart. De Roemeense autoriteiten hebben een comité ingesteld om staatsbelangen te beschermen en een faillissement te voorkomen.
Salzgitter
De grootste staalfabriek van Duitsland wordt naar verwachting volledig eigenaar van Hüttenwerke Krupp Mannesmann. Thyssenkrupp verkoopt per 1 juni 2026 haar belang van 50% aan Salzgitter. De overname is afhankelijk van de verkoop van het resterende belang door Vallourec, waardoor Salzgitter 100% eigenaar zou worden.
HKM is momenteel een joint venture tussen Thyssenkrupp (50%), Salzgitter (30%) en Vallourec (20%). Het leveringscontract van 2,5 miljoen ton staalplaten per jaar aan Thyssenkrupp loopt eind 2028 af.
De Duitse overheid en de deelstaat Noordrijn-Westfalen investeren € 200 miljoen in de verduurzaming van de fabriek, waaronder een nieuwe elektrische hoogoven in Duisburg. Salzgitter onderzoekt een verlaging van de capaciteit van 4,2 naar 2,5 miljoen ton EAF- staal.
Indicatieve basisprijzen
| Indicatieve basisprijzen per ton | Warmgewalste coils | Koudgewalste coils | Sendzimir verz.coils | Kwartoplaat |
| December 2025 | € 615 – 650 | € 715– 735 | € 720 – 745 | € 690– 720 |
| Januari 2026 | € 630 – 660 | € 730 – 750 | € 730 – 760 | € 700 – 720 |
| Februari 2026 | € 660 – 680 | € 770 – 795 | € 780 – 795 | € 725 – 745 |
*Bij deze prijzen dienen nog toeslagen voor kwaliteit, dikte/breedte/lengte en eventueel beitsen, evenals vrachtkosten gerekend te worden.
***Genoemde prijzen zijn indicatief, circa en geheel vrijblijvend.

