De Nederlandse industrie speelt een belangrijke rol in de Nederlandse economie, maar die centrale rol neemt geleidelijk af. Het aandeel van de dienstensector groeit en industriële activiteiten verschuiven deels richting dienstverlening. Tegelijk staan met name energie-intensieve sectoren onder druk. Dat blijkt uit een analyse van het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

De afgelopen decennia gaat de industrie steeds efficiënter om met energie, maar de basisindustrie is nog sterk afhankelijk van fossiele energie en grondstoffen. Uit de analyse blijkt dat de overgang naar klimaatneutrale productie om grote investeringen vraagt, die gepaard gaan met onzekerheid over kosten en marktperspectieven.
Regionaal en lokaal
De maatschappij stelt anno 2026 hogere eisen aan de industrie om schoner en rechtvaardiger te produceren. Tegelijkertijd hebben veranderingen door de industrie- en energietransitie impact op regionale werkgelegenheid en de lokale identiteit. Dit kan leiden tot spanningen tussen maatschappelijke verwachtingen en lokale belangen.
Het CPB en PBL schrijven verder dat geopolitieke spanningen en toenemende handelsblokvorming ervoor zorgen dat strategische autonomie en verdienvermogen een grotere rol spelen in het industriebeleid, waardoor de aandacht van andere doelen, zoals klimaat en milieu, mogelijk verschuift.
Randvoorwaarden
Vanuit de maatschappij is er een brede discussie over hoe schaarse middelen verdeeld moeten worden en wat de rol van de industrie daarin is. Al deze schaarstes samen zorgen ervoor dat de industrie niet altijd kan voldoen aan de randvoorwaarden voor een succesvolle industrietransitie. Dit zorgt voor een grote opgave voor de industrie richting de toekomst, met name voor de basisindustrie.
Het CPB en het PBL brachten de ontwikkelingen en uitdagingen voor de industrie in kaart op vijf domeinen: economie, energie en grondstoffen, leefomgeving, sociaal-maatschappelijke context en industriebeleid. De analyse richt zich op de industrie als geheel, met waar nodig extra aandacht voor de metaalindustrie.


