Duitse staalvoorman en minister Saarland haalt uit naar Europese Commissie en China

Het lot van niet alleen de Europese staalindustrie, maar op termijn van de hele maakindustrie ligt in handen van de politiek. Brusselse politici vooral. 2016 wordt het jaar waarin duidelijk wordt of de industrie toekomst heeft in Europe of dat Europa een industriemuseum wordt.

Harde woorden van Hans Jürgen Kerkhoff, president van Wirtschaftsvereinigung Stahl. Het was hem vorige week echter ernst op de Handelsblatt Stahlmarkt 2016. Het was de 20e editie van deze jaarlijkse ontmoeting tussen topmensen uit de Europese staalindustrie. Het bij vlagen felle betoog van Hans Jürgen Kerkhoff, die de Duitse staalproducenten vertegenwoordigt, had echter een redelijk sombere toon. Er hebben zich namelijk donkere wolken boven de wereldwijde staalmarkt samengepakt. De productie stagneert wereldwijd; de bezetting van de productiecapaciteit staat met 72 procent op een 20-jarig dieptepunt. Ter vergelijking: 10 jaar geleden schommelde het boven de 90 procent. Duitsland doet het in dit opzicht relatief nog goed met een capaciteitsbezetting die al enkele jaren stabiel is rond de 84 procent. Over de vraag van de Duitse markt is de Stahl-president zelfs redelijk positief. ‘De automotive industrie en de bouwsector doen het goed.’ De pijn zit in de wereld buiten Duitsland waar de staalbehoefte afneemt.

Dumping door China

Door de stagnatie van de wereldwijde markt zoekt vooral Chinees staal andere afzetmarkten. In drie jaar tijd heeft China de export verdrievoudigd van 111 miljoen ton per jaar tot 355 miljoen ton afgelopen jaar. Een derde van alle export komt nu uit China. Hans Jürgen Kerkhoff gelooft weinig van de beloofde afbouw van de Chinese capaciteit. ‘China heeft meer dan 400 miljoen ton teveel productiecapaciteit. Zoveel tijd heeft de rest van de wereld niet om deze gefaseerd af te bouwen.’ Vooral niet omdat China het grootste deel tegen dumpprijzen aanbiedt op exportmarkten, waarvoor de Europese Commissie onlangs een extra heffing heeft opgelegd. De president van de Duitse staalproducenten vindt evenwel dat de EU te laat in actie is gekomen en te weinig doet. Hij vraagt zich af waarom anti dumping procedures in Europa altijd zo lang duren. Daarnaast vindt hij de opgelegde heffing te laag. ‘Terwijl we hebben aangetoond dat de dumping minstens 60 procent onder de prijs is, legt Europa slechts een heffing op van 14-16 procent.’ Dat komt volgens Kerkhoff doordat Europa als enige van de WTO-landen de zogenaamde Lesser Duty Rule toepast, waarbij automatisch voor de onderkant van de bandbreedte aan mogelijke heffingen wordt gekozen. Hij vreest dat de Duitse staalproducenten zich niet kunnen onttrekken aan deze ontwikkelingen en dat ze de effecten gaan voelen. Evenmin kunnen dat de Europese producenten. ‘In geen ander deel van de wereld is het handelssaldo zo verslechterd als in Europa.’ De Chinezen hebben het vooral op Europa gemunt: de Chinese export naar de EU is met 50 procent gestegen, terwijl die naar de VS is afgenomen met 25 procent.

Maakindustrie moet in actie komen

Tijdens de Stahlmarkt koos ook Anke Rehlinger, minister voor o.a. Economie in Rheinland Pfalz (met in Saarland veel staalindustrie), de zijde van de staalproducenten. ‘Als werkgevers en werknemers samen optrekken in Brussel, hangen er donkere wolken boven de sector’, reageerde zij op de gezamenlijke protestactie daags voor de bijeenkomst in Brussel. De politica riep de Duitse en eigenlijk de Europese industrie op een breed front te vormen, ook kijkend naar de beslissing van de EU commissie later dit jaar om China eventueel te erkennen als markteconomie.

‘Die beslissing slaat ons de instrumenten om tegen dumping op te treden uit handen.’ Kerkhoff wijst daarnaast op het plan van Europa om de emissiehandel sterk te reguleren, waardoor de kosten voor Europees staal verder omhoog gaan. ‘De staalindustrie is in een crisis waar Duitsland zich niet aan kan onttrekken. We hebben een politiek nodig die de belangen van de Europese industrie beschermt. We hebben zekerheid nodig, want een industrienatie zonder grondstoffenindustrie verliest haar toekomstbestendigheid.’ Daar wringt de schoen volgens Kerkhoff en Rehlinger: als de Europese staalindustrie verdwijnt, heeft dat op lange termijn impact op de hele maakindustrie. Innovatie begint immers bij de grondstoffenfabrikanten.

Anke Rehlinger: ‘De huidige crisis is niet alleen een probleem voor de staalindustrie. Op korte termijn wel, maar op langere termijn is het ook het probleem van de andere branches. Want het is niet realistisch te denken dat de Chinezen de prijzen laag houden als ze de Europese staalindustrie van de kaart hebben geveegd.’

Milieu dreigt verliezer te worden

Beiden denken ook dat het milieu de grote verliezer wordt als Europa de Chinese praktijken geen halt toe roept. Eén ton staal gemaakt in China  veroorzaakt in de productie namelijk 550 ton méér CO2-uitstoot dan het gemiddelde in Europa. Het lijkt er dus op dat het EU-beleid op dit punt het paard achter de wagen spant.